Artikel 8

[11-7-2004] [1990]

Het is al na middernacht als ik in mijn muziekkamertje nog naar muziek zit te luisteren. Omdat ik geen hoofdtelefoon op heb, staat de muziek zacht. Plotseling hoor ik ineens een raar krakend geluid. Het geluid schijnt van buiten komen en het is net alsof er iets wordt vernield. Ik denk aan vandalisme.

Met kloppend hart vlieg ik mijn kamertje uit, schuif de gordijntjes voor de zolderramen weg en zie op straat de achterkant van een witte personenauto “vastgeplakt” zitten tegen de zijkant van de rode Opel van buurman Jan Hodes.
Het kost de chauffeur van de witte auto enige moeite om zich los te maken uit zijn omhelzing met de Opel. En als hij eindelijk weet weg te rijden - zonder zich om de aangerichte schade te bekommeren - dan heeft hij de hele straat nodig. Hij zwalkt van links naar rechts en ik hou mijn hart vast dat hij niet nog meer auto's ramt.

Door die capriolen kan ik alleen nog de eerste twee letters van het kenteken noteren: YP. Ik bel direct de politie en meld de aanrijding plus het feit dat de automobilist “artikel 8” (onder invloed) moet zijn.
De politie klinkt niet erg enthousiast, misschien zijn ze druk met andere dingen en misschien heb ik ook te weinig concrete informatie, maar het duurt toch niet zo heel lang voordat er een surveillancewagen komt.

Ik ga naar buiten en samen met de agenten bekijk ik de aangerichte schade, die aanzienlijk is. De veroorzaker heeft men nog niet aangetroffen en door het onvolledige kenteken ook niet kunnen achterhalen. Ik kan de agenten in elk geval wel vertellen hoe de botsing heeft plaatsgevonden en wie de eigenaar van de beschadigde Opel is. Ze bellen aan bij de familie Hodes, maar die is niet wakker te krijgen. De agenten doen er een briefje in de bus.

Jan zal wel schrikken als hij wakker wordt, het briefje leest en de schade aan zijn auto ziet. Hij is vertegenwoordiger en heeft zijn auto dagelijks nodig. Zoals de auto er nu uitziet kan hij er niet mee naar de klanten, dat is zeker.
's Middags komt Jan bij me aan de deur. De politie heeft hem verteld wie de botsing heeft gemeld. Hij zegt dat hij en zijn vrouw erg verbaasd zijn dat iemand die ze nog nauwelijks kennen (ik woon er nog niet zo lang) de moeite neemt om midden in de nacht de politie te bellen voor hun auto. Ze zijn me erg dankbaar, en het blijkt later een goede manier te zijn om het onderlinge contact te verbeteren.

Mijn blijdschap is minder, want ik heb de dader laten lopen. Zo voelt het tenminste een beetje. Ik bezweer de buurman dan ook dat ik er voor zal zorgen dat ik de dader toch een keer aan de politie kan overhandigen.
Allereerst maak ik een affiche over het voorval met een oproep aan de laffe dader en zijn familie of kennissen zich te melden bij Hodes of bij de politie. Het affiche hang ik op in de hal van de flatgebouwen aan de overkant. Daar moet de dronken chauffeur op bezoek zijn geweest.

De affiche levert niets op, iedereen zwijgt als het graf. Ondertussen rij ik zo vaak mogelijk de stad door om te pogen de witte auto op te sporen. Ook buiten de stad let ik nauwlettend op witte auto's die er identiek uitzien als de bewuste, en hun kenteken.

Een hele tijd later, als ik vredig lig te slapen, schrik ik ineens wakker. Ik weet dat er iets aan de hand is. Ik weet dat ik mijn bed uitmoet. Met geluid heeft het niets te maken, deze keer. Ik loop naar de voorkant van de woning, kijk naar buiten, en dan... Dan zie ik hem: de witte auto met het gezochte kenteken, recht tegenover mijn huis.

Het is al drie uur geweest, maar ik kleed me aan, loop naar buiten en noteer zorgvuldig het merk van de auto, het model en het volledige kenteken. Ik heb hem!
Ik ben nog maar net weer binnen als de bewuste figuur de flat aan de overkant uit komt lopen - ook nu is hij weer erg onvast ter been - en in zijn auto wegrijdt.

De politie begrijpt mijn melding deze keer kennelijk niet goed, de eerste melding is al weer zo lang geleden, dat ik uiteindelijk de gegevens later maar op papier zet en afgeef op het bureau. Ook Jan Hodes, die dit keer nog verbaasder is, geef ik de gegevens en zelf stuur ik ze ook nog op naar de verzekeringsmaatschappij van zijn auto.
We horen er nooit meer iets van.