Mijn vriend de Holist (2)

Ik weet op dat moment weinig van de verhouding tussen Karel en zijn kinderen, maar in de loop van het gesprek kom ik al heel wat meer te weten.
Kennelijk omdat ze niet snappen hoe hun vader een goede vriend als mij kan hebben, hebben ze de behoefte om het een en ander uit de doeken te doen over hun verleden.
Daardoor wordt mij al gauw bevestigd wat ik zelf al min of meer vermoedde: Karel's werk als therapeut dient hoofdzakelijk als zelftherapie.
Bijna alle teksten in zijn brochure Innerlijk Vrij hebben betrekking op zijn eigen leven en zijn eigen problemen.

Later zal me nog heel wat meer duidelijk worden, maar deze zondag richten we ons verder op de zieke Karel. We gaan met zijn allen naar het ziekenhuis in Enschede. Hij is daar opgenomen omdat dit het dichtstbijzijnde ziekenhuis is van de plek waar hij gevonden is.
Ik begroet hem zoals ik altijd bij hem doe: zonder blad voor de mond te nemen en zonder hem als zielig persoon te beschouwen. Ik zeg hem dat hij nu het heft wel een keer uit handen moet geven en zelf hulp moet ontvangen, in plaats van het te geven zoals gewoonlijk.
De kinderen zijn een dergelijke aanpak niet gewend, kennelijk mochten ze weinig tegen hun vader zeggen, maar ik heb niet de indruk dat Karel mij zo'n uitspraak kwalijk neemt.
Zo goed als hij kan, vertelt hij dat hij een uur in het bos heeft gelegen voordat er een boer voorbij kwam die een ambulance kon bellen.
Huilend zegt hij gedacht te hebben daar dood te zullen gaan.

Zo'n situatie lijkt mij inderdaad niet erg prettig, en het heeft mij geleerd om minstens altijd mijn mobiele telefoon mee te nemen als ik eens alleen ga wandelen.

Bij het afscheid nemen, beloof ik Karel alles voor hem te zullen doen wat ik kan, vooral als zijn kinderen niet meer permanent in de buurt zullen zijn. Tijdelijk trekken ze in zijn woning, maar ze kunnen natuurlijk niet eeuwig blijven.

Doordat ze vlak bij me in de buurt wonen, en doordat er nogal wat te regelen valt voor Karel, heb ik bijna dagelijks contact met de kinderen. Daardoor kom ik details over zowel het verleden als het heden te weten die ik liever niet geweten zou hebben.

Ook leer ik een keer zijn ex-vrouw kennen. Tijdens het eerste gesprek kijkt ze me heel meewarig aan en vraagt ze me: Wat zie je toch in zo'n man, met de klemtoon op zo'n.
Ik weet niet wat zij en de kinderen wel van mij en Karel denken, en ik zeg dan ook tamelijk scherp: We zijn cht niet met elkaar getrouwd hoor!
En ik heb ook niet de behoefte om te vertellen dat we elkaar maar tamelijk sporadisch zagen. Als Karel vindt dat ik zijn beste vriend ben, dan bn ik zijn beste vriend.

Het wordt in de loop van de tijd wel steeds moeilijker om hem objectief en positief te blijven zien.
Zo blijft Karel bijvoorbeeld later, als hij weer ontslagen is uit het ziekenhuis, weigeren om te gaan werken aan de problemen met zijn kinderen. Hij geeft wel toe niet zo'n goede vader geweest te zijn, maar als zijn dochters tot de kern van de problemen trachten door te dringen, dan geeft hij niet thuis.
Dat is hun eigen portie, daar moeten ze zelf maar aan werken, is zijn stelling.

Ziektes, gebreken en handicaps zijn er niet zonder reden. Dat is een stelling die ik al langer aanhang.
Schokkende incidenten zoals hart-infarcten, hersenbloedingen en beroertes hebben zelfs heel specifieke bedoelingen.
Ik ben van mening dat ik die betekenis in Karel's geval heel erg duidelijk mag zien.
Karel krijgt namelijk een waarschuwing, omdat hij niet (of niet meer) op de goede weg is.
Het werk als therapeut geeft hem een zekere machtspositie. Hij kan iets dat andere mensen niet kunnen, mensen hebben hem nodig. En dat geeft een fijn gevoel, hoe moeilijk het soms ook is om mensen te behandelen.

In gesprekken met Karel, vr zijn beroerte, zei hij vaak dingen als je moet nederig zijn en je moet bescheiden zijn. Ik vroeg hem dan Heb je het nu tegen mij of tegen jezelf?
Tegen allebei, volgens hem.
Maar nu ik allerlei zaken voor hem moet regelen, kom ik tot de conclusie dat hij helemaal niet bescheiden en nederig is geweest. Sterker nog, de macht die hij over andere (zieke) mensen had, was hem naar het hoofd gestegen.
Want hij wilde meer! Hij wilde mensen helemaal in zijn macht krijgen.
Niet dat hij het zo tegen mij zei, maar hij liet zich wel eens iets ontvallen over zijn ideen. En die ideen meende hij ook nog te kunnen baseren op uitspraken van Jezus en teksten uit de Bijbel! Ik dacht steeds dat hij wat fantaseerde, maar ik verklaarde hem wel bij voorbaat totaal voor gek.
Vooral als hij die naam noemde... Verder