De Cardioloog en het ECG (4)

In november 2004 wil ik weer een afspraak maken met mijn cardioloog. Ik ben in de buurt van de polikliniek en ik loop even naar binnen.
Als ik de assistente van dr. Fast mijn ziekenhuiskaart geef, zegt ze, tegelijk zorgelijk en opgelucht: “Ach meneer W., ik zocht u al!”
“U zocht mij al?” vraag ik hogelijk verbaasd, “dat is dan ook toevallig!”
“U moet meteen even een ECG laten maken” vervolgt de assistente.
“Nu??” vraag ik weer heel verbaasd, “dat heeft toch pas zin als ik de dokter spreek!”
Als ik zie dat de assistente mijn dossier in de hand heeft, zeg ik: “Verwisselt u mij niet met een andere W.?”
Het meisje kijkt nog eens goed, en het blijkt om een andere W. te gaan met dezelfde voorletters als de mijne. En kennelijk ook met dezelfde hartklachten. En kennelijk ook met dezelfde cardioloog...

Het blijkt dat de andere W. niet op tijd is verschenen op een afspraak, en ik kom zomaar argeloos binnenlopen.
Welke waarde ik aan deze toevalligheden moet toekennen, zou ik niet weten. Ook al geloof ik dat lang niet al het toevalligs ook werkelijk toevallig is.

Ik maak de assistente duidelijk dat ik nu geen afspraak heb en dat ik een afspraak kom maken.
De assistente trekt een zorgelijk mondje en zegt dat het wel even kan duren. Ik kan pas op 18 januari 2005 terecht bij de cardioloog.

Op die dag ben ik tijdig aanwezig in de polikliniek, zodat de dames van de ECG niet nogmaals kunnen zeuren dat ik te laat ben omdat ik altijd een kwartier eerder moet komen dan is afgesproken....
Tijdens het maken van het hartfilmpje heb ik een vaag gevoel dat er iets niet helemaal niet goed verloopt. Maar ach, dat is inmiddels al normaal geworden, en ogenschijnlijk is er niets vreemds aan de hand.

De dame van de ECG brengt de hart- en bloeddrukgrafieken naar de assistente van de dokter, en ik moet wachten totdat deze mij oproept.
Ik wacht een kwartier, ik wacht een half uur.
De wachtruimte is het toppunt van onrust. Patienten lopen af en aan, cardiologen lopen af en aan, medewerkers komen patiënten halen voor onderzoeken en komen de resultaten inleveren. Dossiers worden gehaald, dossiers worden gebracht, schuifraampjes worden open en dicht geschoven, deuren gaan open en dicht, honderden mensen trekken aan mij voorbij en de telefoons rammelen voortdurend.

Ik wacht drie kwartier, ik wacht een uur.
De dokter roept steeds mensen op die lang na mij binnengekomen zijn, en ik begin mij steeds meer op te winden. En gedachten te krijgen over het waarom van dat lange wachten.
Ik krijg er extra hartkloppingen van, ze beginnen steeds duidelijker zicht- en voelbaar te worden.
Regelmatig heb ik de neiging om op te staan en weg te lopen. Ik heb een afspraak voor 13.40 uur en het is nu 15.40 uur.
Twee uur zit ik al te wachten, en mijn geduld is op. Ik ga me melden bij het loket en vraag wat er aan de hand is.
De assistente belt dr. Fast en krijgt te horen dat deze mij heeft vergeten.

Ik word opgeroepen en de cardioloog biedt nadrukkelijk zijn excuses aan.
“Ik begon te vrezen dat u een hekel aan mij hebt!”
De arts ontkent.
Daarna komt hij ook nog met ideeën aan om mij een zware en langdurig operatie te laten ondergaan, en over het inplanten van een pacemaker.
Ik wimpel het allemaal af, en zeg het de komende jaren nog even te willen aanzien.

Bij het afscheid nemen zegt de arts: “U maakt zelf wel weer een afspraak voor een controle?”
Ik antwoord: “Over een jaar ongeveer?”
“Of eerder als dat nodig is”, zegt de man op raadselachtige toon.

Om half twee kwam ik in de polikliniek en het is rond vier uur dat ik weer vertrek! Twee-en-half uur zoet geweest.
Pas als ik een half uur thuis ben, krijg ik hevige pijnen op de borst. Het is een soort beklemmende pijn die ik mijn leven lang nog niet gehad heb en die erg belemmerend blijkt te zijn voor mijn dagelijkse activiteiten.
Wat er precies de oorzaak van is, is moeilijk te zeggen.
Ofwel er is iets misgegaan bij het maken van de ECG, ofwel het lange wachten in die onrustige wachtruimte heeft zijn tol gevergd.

Het is nu anderhalve week later, en de situatie is nog niet verbeterd. Ik denk dat ik mij een volgend bezoek aan de polikliniek niet meer kan veroorloven.