De Cardioloog en het ECG (2)

In de ECG-kamer tref ik weer dezelfde dame die mij eerder “onder handen” heeft genomen.
Ze gaat nu wat zachtzinniger te werk, maar dat heeft toch geen gunstig effect op de uitkomst van haar metingen. De cijfers blijven onverantwoord hoog.

De eerste keer dat de assistente mijn hartslag met een groot elektronisch apparaat probeert te meten, en nadat ze aan allerlei knoppen en stekkertjes heeft zitten prutsen, zegt ze: “Ik meet geen hartslag!”
Ik zeg: “Dan moet het apparaat stuk zijn. Of ik ben dood.”
Ze kan er niet om lachen. In een ziekenhuis is het woord dood een taboe-woord.

De tweede keer lukt de meting wel en als resultaat komt er 150 slagen per minuut uit. Normaal is 70 tot 80 onder deze omstandigheden.
Hetzelfde apparaat is ook een volautomatische bloeddrukmeter. De dame meet ter afwisseling mijn rechterarm, zij heeft genoeg van de voorgeschreven linkerarm. Ze meet twee keer, maar ze blijft uit zichzelf al twijfelen aan het hoge getal van 164 dat er uit komt. Dat schrijft ze ook op de grafiek die ik moet meenemen naar de cardioloog.

De specialist is uitgelopen met zijn werk, er zijn nog veel wachtenden. Het is al ver na vijf uur, de secretaresses en andere assistenten gaan één voor één naar huis. Als er nog twee andere wachtenden zijn, moet ik mij verontschuldigen voor een luide geeuw die ik niet meer kan onderdrukken.
Met de enige nog aanwezige dame in de wachtruimte ontstaat er daarop een geanimeerd gesprek.
Zij blijkt geen hartpatiënte te zijn maar ze oefent op dat moment haar beroep als cardiologenbezoekster uit.

Na meer dan anderhalf uur wachten, mag ik dan eindelijk een paar minuutjes met de specialist converseren.
Hij bekijkt de resultaten van een donderdag gemaakt bloedonderzoek en vertelt me dat mijn bloed geheel in orde is. Ik had eigenlijk ook niet anders verwacht.
Vervolgens weet ik de dokter snel te overtuigen dat zijn drastische actie om mijn bloeddruk te verlagen, onnodig is geweest. Ik heb zelf mijn bloeddruk over een langere periode gemeten, en de gemiddelde waarden liggen perfect binnen de grenzen.
Het voorgeschreven, riskante medicijn, dat ik op eigen houtje alvast niet heb ingenomen - ik had sterk het gevoel dat ik er niet aan moest beginnen - wordt weer geschrapt. Na het zien van de cijfers is de cardioloog het met mijn eigenwijsheid eens.
Alles blijft bij het oude, precies zoals ik het me voorgesteld heb.

Als ik begin 2004 weer aanklop bij de hartafdeling van het ziekenhuis, blijkt de tijdelijke dr. Picasso weer te zijn vertrokken. Hij is opgevolgd door dr. Fast.
Het oude liedje herhaalt zich: hij wil me ontmoeten. Maar hij blijkt over weinig tijd te beschikken, ik kan pas over bijna twee maanden bij hem terecht.
Als ik op de afgesproken datum schoon gewassen, met schoon ondergoed aan en in mijn zondagse kleren zit te wachten totdat het tijd is, krijg ik een telefoontje van de polikliniek. Dr. Fast blijkt ziek te zijn en ik hoef dus niet te komen die middag.

De voor later gemaakte afspraak gaat wel door. Ik ben inmiddels op alles voorbereid en meld mij eerst bij de ECG-afdeling.
De dame achter het loket bekijkt mijn afsprakenkaart, en zegt venijnig: “Hier staat half twee!”
Ik: “Nee hoor, half drie.”
Zij: “Maar u bent te laat!”
Ik: “Hoe laat is het dan?”
Zij: “Vijf over half drie! U moet een kwartier eerder komen om eerst een ECG te laten maken, is u dat niet gezegd?”
Natuurlijk is daar niets van gezegd, wat een onzin.
Als ik binnen ben, gaat de dame nog even verder tekeer tegen me: “Nu zijn er anderen voorgegaan, die na u gepland stonden. U moet altijd een kwartier eerder komen als u een afspraak hebt met dr. Fast.”
“Alleen bij dr. Fast?”
“Nee, bij alle cardiologen.”

Als ik ergens heel slecht tegen kan, dan is dat om op mijn fouten gewezen te worden. Als ze terecht zijn dan word ik boos op mezelf, als ik ten onrechte word beschuldigd dan raak ik in verwarring. In beide gevallen stijgt mijn bloeddruk en gaat mijn hart extra hevig tekeer.
En nu gaat dezelfde dame mijn bloeddruk en mijn hartritme meten. Dat wordt natuurlijk wederom helemaal niks.
Als ik de waardes van de meting hoor, dan zeg ik “Dat kan niet”, en de dame doet de metingen opnieuw. Het resultaat blijft gelijk.

Omdat ik de grafieken zelf mee moet nemen, zie ik de tijd die er op staat: 14.35 uur. Ik ben minstens 10 minuten binnen geweest, dus de dame heeft glashard gelogen over mijn 5 minuten te laat!
Willen ze mij hier soms opzettelijk op de kast jagen?

Ook op het gesprek met dr. Fast ben ik toch niet helemaal goed voorbereid. Zijn kamertje blijkt piepklein te zijn en hij is niet alleen. Hij heeft een mooie, jonge studente bij zich, die stage loopt. Verder