De Cardioloog en het ECG (1)

[28 maart 2004]

Ik zit gevangen in een vreemd web van medische intriges.
Voor u als buitenstaander zal het misschien wat lachwekkend overkomen, maar prettig is het allemaal niet voor mij.

Omdat ik vele jaren geleden huisartsloos geworden ben, in een tijd dat ik nog praktisch de enige ben, moet ik dan een oplossing zoeken voor het medicijnprobleem.
Er is namelijk geen huisarts te vinden die mij regelmatig een recept wil leveren, als het aan hen ligt mag ik gewoon kreperen.

Als oplossing daarvoor wend ik mij tot een cardioloog van het ziekenhuis.
Een dergelijke specialist heb ik al in tijden niet meer gezien, omdat mijn fysieke toestand redelijk constant is en de gebruikte medicijnen redelijk werkzaam zijn.
Alleen artsen en specialisten mogen recepten uitschrijven, het enige andere alternatief is om alles zelf te betalen. Maar dan dient zich het probleem aan dat veel medicijnen niet zonder recept te krijgen zijn.

Een specialist is geen specialist geworden om alleen maar andermans receptjes over te schrijven. Dus wil de man of vrouw zelf met mij aan de slag, en daar kan ik enigszins inkomen.
De eerste cardioloog, dr. Leo, is een grapjas.
Hij denkt dat mijn hart ooit wel een keer helemaal uit elkaar kan rammelen. Ik hoop dat er dan iemand is die alle losse boutjes, moertjes en schroefjes bij elkaar raapt, dan kan ik hem zelf weer in elkaar zetten.
De man denkt ook dat hij nog wel iets voor mij in petto heeft om mij beter te maken. Hij gaat driftig aan de slag, hij maakt zelf een ECG, hij meet de bloeddruk en hij doet een echo-onderzoek. Verder mag ik bloed laten aftappen voor een bloedonderzoek.
Uiteindelijk komt de cardioloog tot de conclusie dat hij geen nieuwe behandeling voor mij weet, hij verandert wat aan de medicijnen en stuurt mij weer weg.

Een jaar of wat later blijkt deze cardioloog, dr. Leo, met ruzie vertrokken te zijn.
Er is een tijdelijke vervanger, dr. Picasso.
Deze wil mij eerst even zien, voordat hij een recept uitschrijft.
Ik vind het goed, tegen een gesprekje heb ik geen bezwaar.
Maar op het moment dat Picasso tijd heeft, zit ik al een week zonder medicijnen. En dat wreekt zich.

Het lukt me toch om op eigen benen op de afdeling cardiologie van de polikliniek te komen, ondanks een moordend hoge buitentemperatuur.
Ik verwacht alleen een gesprekje met de cardioloog.
De secretaresse mompelt echter iets over het eerst laten maken van een hart... en verwijst me naar een gang aan de overkant.
Als ik wegloop in die richting, besef ik dat ik niet goed heb gehoord wat ik moet laten maken, en loop terug naar het loket.
Het blijkt dat ik een “hartfilmpje” moet laten maken. Als ze nou direct ECG had gezegd, dan had ik meteen geweten dat ze een Elektro-Cardio-Gram bedoelt.
Ik loop opnieuw de gang in op zoek naar een loket waar ik me kan melden, maar ik zie niets.
Achter me hoor ik de secretaresse naar me roepen: “Meneer, meneer, u moet hier zijn.”
Het loket blijkt helemaal vooraan te zijn, ietwat verscholen, maar ik had het kunnen zien aan de stoelen die er staan.
Ik mompel een verontschuldiging en ga me er melden.

“Mag ik even uw ziekenhuisplaatje hebben?”
“Ik heb geen ziekenhuisplaatje meegenomen, ik verwachtte geen onderzoeken vandaag.”
“Dan moet u even een nieuw plaatje laten maken bij de receptie.”
Ik verontschuldig mij wederom en sleep mezelf naar de ingang van de polikliniek. Gelukkig kan ik daar mijn verzekeringspapieren tonen, tenminste één goed ding.
Voordat er een nieuw plaatje wordt gemaakt, volgt er eerst nog een vervelende discussie over welke huisarts er op het plaatje moet staan. Omdat ik geen huisarts heb, kan er ook geen op het plaatje komen te staan.
Uiteindelijk is die horde genomen en wankel ik terug naar het ECG-loket. Daar staan inmiddels een paar anderen te wachten, maar ik mag voor.
Als ik door de juiste deur in de ECG-kamer ben gekomen, lopen de twee dames die er werken allebei een andere kant uit. Natuurlijk loop ik achter de verkeerde aan en wordt degene die mij moet helpen boos.
Dat heeft tot gevolg dat ze met zo'n geweld elektroden op mijn borst zet, dat de afdrukken van de zuignapjes weken later nog te zien zijn. Tegelijkertijd met het maken van een ECG meet ze ook de bloeddruk, waarbij ze mijn linkerarm fors afknelt.

Als dr. Picasso even later met de resultaten in de hand mij in zijn kamer ontvangt, vraagt hij als eerste waarom ik hier ben.
Omdat hij me wilde zien, ik wilde alleen maar een nieuw recept. Het begint hem te dagen.
Dan zegt hij dat mijn bloeddruk veel te hoog is en dat hij daarvoor extra medicijnen gaat voorschrijven. Ik protesteer en zeg dat die hoge bloedduk geen wonder is, door al het gedoe. Maar hij blijft bij zijn mening.
Het nieuwe medicijn kan wat vervelend werken, hoor ik hem mompelen, en verder moet ik het bloed nog laten onderzoeken en over zes weken een echo laten maken. Er is een wachttijd van zes weken.

Als hij me uitgezwaaid heeft en weer met een andere patient bezig is, maak ik met de secretaresse een afspraak voor het maken van een echo over zes weken.
Zij zegt: “Het kan morgenmiddag al”.
Ik zeg: “Prima, maar de dokter had het over zes weken.”
Zij zegt: “Nee hoor, het kan morgen ook.”
Ik stribbel niet verder tegen, zij zal het wel beter weten.

Het maken van een hartecho duurt hooguit een kwartiertje. Onbegrijpelijk dat daar zo'n lange wachttijd voor is.
Na de echokamer mag ik nog bijna een vol uur in de wachtruimte zitten, voordat dr. Picasso tijd heeft om het resultaat van de echo met mij door te nemen.

De specialist begroet mij opnieuw alsof hij me nog nooit gezien heeft. Toch is dat nog geen 24 uur geleden.
Ik zeg hem dat ook, en hij kijkt verbaasd. Ik zeg ook dat ik niet weet of hij wel zo blij is met mijn komst, omdat ik eigenlijk pas over zes weken terug zou komen.
En dan blijkt dat ik mij inderdaad tevergeefs heb ingespannen in de hitte van nu, de echo heeft geen zin omdat het resultaat van het nieuwe medicijn er nog niet op te zien kan zijn.

“Daar wilde ik het net even met u over hebben,” zeg ik, “ik wil mij niet met uw werk bemoeien, maar ik maak mij zorgen om die nieuwe pil, in verband met de bijwerkingen.”
Bij de apotheek had men er mij heel nadrukkelijk op gewezen dat het gebruik van het medicijn in combinatie met een plaspil tot duizeligheid en zelfs flauwvallen kan leiden. Ook gaf men mij schriftelijke waarschuwingen mee en het advies om de pil zittend of liggend in te nemen. Liefst voor het slapen gaan, bij flauwvallen kan men daarna blijven liggen.
En omdat een bloeddrukmeting een momentopname is, die vijf minuten later weer heel anders kan zijn, ben ik er nog niet van overtuigd dat de mijne zo hoog is.
Dr. Picasso wuift al mijn bezwaren weg en komt met een wiskundig niet verantwoorde uitleg in de trant van “1 + 1 = 3”.

Verder zegt hij dat mijn komst nu ook niet zinvol is omdat hij de gegevens van mijn bloedonderzoek nog niet heeft.
“Dat onderzoek heb ik ook nog niet laten doen. Vandaar dat u het resultaat nog niet gehad hebt, natuurlijk!”
Picasso grinnikt. Ik neem afscheid en maak opnieuw een afspraak, nu voor over zes weken. Verder