Vuilnisbakdief

[11 januari 2003]

Op de hoek, waar op vrijdag de vuilniscontainers staan, staat nog een eenzame grijze afvalcontainer. Het is nu zaterdagavond, dus die bak had al lang weg moeten zijn.
Ik weet niet waarom, maar ik besluit om het serienummer eens te gaan bekijken. Het nummer is 616262.
Verdraaid! Het is mijn eigen bak. Het wás mijn eigen bak.
Want die is enige tijd geleden gestolen. Na een nachtje op straat was hij spoorloos en heb ik hem de tijd daarna nooit meer aangetroffen in de omgeving.

Inmiddels heb ik uiteraard een andere bak gekregen. Dat heeft nog wat moeite gekost, ik moest er eerst voor naar de politie om aangifte te doen en ik moest het proces verbaal naar de reinigingsdienst brengen.
Vervolgens heb ik een gebruikte en heel smerige bak, nog vol met asresten en dergelijke gekregen. Terwijl mijn eigen bak altijd brandschoon is gebleven, ik gooide er nooit zomaar afval in en gerookt wordt er bij mij al helemaal niet.

Hoe zou mijn oude bak hier nu weer terecht gekomen zijn, en vooral: wat doe ik er mee? Zal ik hem weer in mijn tuin zetten? Dan heb ik er twee.
Ik besluit om eerst maar de geplande visite af te leggen. In een achterpad even verderop staat ook nog een groene container op een vreemde plek. Dat is nóg vreemder, want het is niet de week dat de gft-containers worden geleegd.
Een paar uur later, als ik terug ben, is mijn oude container verdwenen. Merkwaardig.

Thuis ga ik nog even controleren of ik me niet vergist heb in het nummer, en dat heb ik niet. Ook zoek ik het proces verbaal van de politie even op.
Het wordt allemaal nóg merkwaardiger:
Mijn container is verdwenen op 11 januari 2002, en het is nu 11 januari 2003. Precies een jaar later!
Na het weekeinde ga ik verder speuren waar de verdwenen container zich kan bevinden.
Op maandag bel ik even de reinigingsdienst.
Mijn oude vuilniscontainer staat nog steeds als gestolen te boek.

[17 januari 2003]

Ik vind de gestolen vuilcontainer, ik weet wie hem heeft. De buren op nummer 19 hebben hem.
Zal ik de politie al waarschuwen? Kan best zijn dat die helemaal niet geïnteresseerd is om iets te doen. Dan neem ik maar eerst zelf de bak in beslag. Ik wacht totdat hij weer een keer aan straat staat.

[24 januari 2003]

Ik confiskeer mijn gestolen vuilnisbak.
Aan de binnenkant zit een dikke laag kalk of saus. Smerig! Moesten ze daarvoor mijn mooie schone bak stelen? Waardeloze mensen, die dieven!
Om de bak onherkenbaar te maken hebben ze de buitenkant beplakt met enorme stickers en de bovenkant hebben ze onder de witte troep gesmeerd, zodat het serienummer niet meer te lezen was. Dat witte spul is er in de loop der tijd weer afgegaan, zodat ik het nummer heb kunnen controleren.
Het kost me een half uur om alle aangebrachte kenmerken weer te verwijderen.
Bij het huis van de dieven hoor ik ze nog dezelfde avond rommelen met andere (gestolen?) bakken. Uit onderzoek blijkt dat ze er zelfs nog minstens twee hebben? Zouden ze er bakken verzamelen of zo?

[27 januari 2003]

Ik ga naar de politie om te melden dat ik de gestolen vuilnisbak weer heb teruggevonden.
Als ik het woord dader in de mond neem, schudden beide agenten achter de balie hun hoofd, alsof ik een heel smerig woord heb gezegd. Ze beginnen heel afwerend te worden, net alsof ze er niks mee te maken willen hebben. Na wat verder gepraat belooft een agent dat ze er de wijkagent op af zullen sturen, anders zouden ze het misschien nóg eens kunnen doen!
Ik heb er eerlijk gezegd niet veel vertrouwen in dat er daadwerkelijk iemand op het matje geroepen wordt voor een diefstal die mij inmiddels heel wat tijd heeft gekost. Alleen het doen van aangifte kostte mij een jaar geleden al driekwart uur.

[28 januari 2003]

Ik bel de gemeentelijke reinigingsdienst om te vragen wanneer ze de gestolen minicontainer kunnen komen ophalen.
Ook hier ontmoet ik weinig enthousiasme, de dame kan me met geen mogelijkheid zeggen wanneer dat zou kunnen. Vooraf bellen is ook niet mogelijk. Ik zeg dan maar wanneer men terecht kan bij mij en dat ik rustig even afwacht.
Het zou me niet verbazen als er nooit iemand langskomt.

[7 februari 2003]

De geschiedenis van de gestolen vuilnisbak dreigt uit te lopen op een crimi.
Mijn originele bak, die vorig jaar gestolen is en die ik veertien dagen geleden weer van de straat heb geplukt, is opnieuw gestolen!
Nu met grof geweld. De dader heeft zich toegang verschaft tot mijn afgesloten tuin door vernielingen aan te richten aan de poort.
En dat allemaal terwijl ik nota bene thuis ben. Ik hoor wel dat iemand ruw omgaat met een vuilnisbak, maar dat het in mijn eigen tuin is dringt niet tot me door! Ongelooflijk, en dat op klaarlichte dag.
De politie heeft geen tijd om te komen, maar ik moet wel aangifte komen doen na het weekeinde. Dat ga ik zeker doen, en dan heb ik ook nog wat extra informatie voor de politie.
Er solliciteert hier iemand naar een plekje achter gevangenistralies.

[10 februari 2003]

De politiepost, een omgebouwd rijtjeshuisje, ziet er van binnen sjofel uit. Allemaal kale grijzige wanden, geen kleurtje, geen posters, geen brochures, geen plantjes, helemaal niks.
De frisse jonge politieagentes die er vanmiddag zijn, zien er daarom nog fleuriger uit dan ze van nature al zijn. Maar dat ze in zo'n geestdodend gebouwtje willen werken, geeft wel te denken. Misschien compenseren ze het gebrek aan gezelligheid op het werk wel met een extra knus eigen huis.
Manon, zo heet de politieagente die mijn aangifte wegens diefstal van een pas teruggevonden eerder gestolen vuilniscontainer en daarmee gepaard gaande vernieling aan mijn tuindeur opneemt.
Het wordt weer een heel getik op het toetsenbord van de computer - gelukkig beheerst Manon vlekkeloos het tienvinger typesysteem - en hoewel ik een dader heb, blijkt na voorzichtig vragen dat ik blij mag zijn als de wijkagent er nog even op uit gaat voor dit incident.
Een kwestie van “prioriteiten stellen”, volgens de hoofdagente.
“Maar nu zijn we samen ook al vele uren bezig geweest met dit gedoe, plus de andere buren die aangifte hebben gedaan van een gestolen bak,” antwoord ik, en voeg er aan toe: “Waarschijnlijk weet de dader ook wel dat jullie weinig ondernemen, daarom kan hij zo grof zijn gang blijven gaan.”
Ze spreekt mij niet tegen.

Een jongeman van Stadstoezicht, aan wie ik 14 dagen eerder mijn verhaal heb verteld, herkent mij nog en vertelt dat één van de agentes van deze post dezelfde achternaam heeft als ik en als voornaam Gisela. Haar moeder zou Duitse zijn.
Ik zeg: “Die moet ik dan maar een keer ontmoeten, wie weet ontdekken we nog een familierelatie.”

[26 februari 2003]

Als ik de telefoon opneem hoor ik heel veel geritsel, gekraak en het geluid van de politiemobilofoon op de achtergrond. Ik heb het idee dat de politie mij probeert te bellen. Dat is een juiste gedachte, want de tweede keer dat de telefoon gaat, meldt zich wel duidelijk iemand.
De stem zegt dat hij van de politie is en hij vraagt of ik aangifte heb gedaan van diefstal van een vuilniscontainer. Ik bevestig. De agent zegt dan tot mijn verbazing dat hij eigenlijk bij me voor de deur staat.
Ik heb geen bel gehoord, maar ik beloof de wijkagent dat ik dan maar direct naar beneden zal komen om hem binnen te laten.

Als de agent binnen is, volgt er een gesprekje over de gebeurtenissen van het afgelopen jaar met betrekking tot de herhaalde diefstallen van vuilnisbakken. Ik verwijs de agent naar de dader en de man belooft om daar eens een hartig woordje te gaan spreken.

Ik denk eigenlijk dat ik de containerdief beter eigenhandig te grazen kan nemen. Van de politie en de reinigingsdienst zal hij weinig te vrezen hebben.