De Vriendenkring (2)

De reactie van Jenny W. is erg vreemd en zit vol met leugens. Allereerst valt op dat ze zegt Regina nooit gekend te hebben, maar ze noemt haar wel zomaar Gina! Wat zou ze daar mee willen aantonen? Ik heb nergens gezien of gehoord dat Regina zich van deze afkorting bedient!
Dat Jenny W. niet erg blij is geweest met mijn correctie is nog te begrijpen, maar welke sinistere rol speelt Tony Cassese van het Almelo's Weekblad in het geheel en waarom? Zijn journalisten dan niet uit op het brengen van de waarheid? Domme vraag van mezelf, natuurlijk zijn journalisten alleen geïnteresseerd in de waarheid als het hen zelf uitkomt. Alsof ik dat ondertussen nog niet wist!
Ik bel het Almelo's Weekblad: Tony Cassese is niet te bereiken.
Ik bel Cassese thuis: Cassese is niet aanwezig.
Ik bel Regina von Metzsch-Schilbach. Ze blijkt nog hetzelfde telefoonnummer te hebben en zelfs vlak bij mij in de buurt te wonen. En ze neemt zelf de telefoon op.

“Ik lees zojuist een ingezonden stuk in de krant met uw naam eronder, is dat door uzelf geschreven?”
Regina bevestigt direct mijn vermoeden dat zij van een ingezonden brief met mede haar naam eronder niets afweet.
Zij is wel gebeld door een zéér boze Jenny W., die veronderstelde dat mijn kritiek van haar afkomstig was. Omdat Regina mijn ingezonden brief destijds niet heeft gelezen, is ze door het telefoontje van Jenny W. nogal overrompeld.
Ze heeft Jenny bevestigd dat zij elkaar destijds niet kenden en dat Jenny de Vriendenkring niet direct van haar heeft overgenomen. Ze heeft toestemming gegeven dat haar naam genoemd wordt in dat verband, maar van een ingezonden brief zoals die nu in de krant is gekomen, is ze vooraf niet op de hoogte gesteld. Ze heeft zelf met verbazing kennis genomen van het stukje en ze kan er beslist niet mee accoord gaan.

“Begrijpelijk, want anders zou u uzelf afkraken en het eerherstel dat ik u wilde geven weer teniet doen! Het klopt toch wel dat u de Vriendenkring vanaf 1986 heb geleid en dat er toen een krantenartikel over u is verschenen?”
Het klopt, en ze heeft het artikel zelf nog bij de hand. Het klopt ook dat er in 1983 een dertigjarige vrijgezel is geweest - ze weet niet meer wie - die het idee van een vriendenkring voor alleenstaanden heeft bedacht en uitgevoerd in Almelo.
Ze verklaart ook met klem dat ze niet hartelijk heeft moeten lachen om mijn beweringen.
Ik: “En ik kan u verzekeren dat mijn ingezonden stukje van mijn volledige en juiste naam was voorzien, mét adres, mét telefoonnummer, mét faxnummer en ook nog met mijn gironummer. Ik heb nergens méér een hekel aan dan mensen die anoniem hun mening verkondigen!”
“En bovendien plaatst een krant toch geen anonieme brieven? Dat vond ik ook al zo vreemd!” meent Regina.

Regina vindt het wel prettig dat er iemand is die haar totaal niet kent, maar die toch voor haar opkomt. Ze wil alleen graag weten wat mijn motivatie kan zijn geweest.
“Ik heb geen andere motivatie dan dat ik niet tegen onwaarheden kan en dat ik vind dat mensen die ooit goed werk hebben gedaan zo snel in de vergetelheid raken.”
Op mijn opmerking dat ik haar al eerder telefonisch heb proberen te bereiken vertelt Regina dat ze vaak niet thuis is omdat ze nog op onregelmatige tijden in het ziekenhuis werkzaam is. Ze is op het moment thuis vanwege een ziekte en ze moet binnenkort nog een operatie ondergaan.
Regina wil ook nog kwijt dat ze erg verbaasd was toen ze vernam dat Jenny W. naast het leiden van de Vriendenkring ook nog consulente van een relatiebureau is.
Tot slot van het gesprek wens ik Regina veel sterkte met de operatie en een goed herstel toe. Bovendien bied ik haar mijn excuses aan voor de overlast die ze van een boze Jenny W. heeft ondervonden, en mogelijk nu weer van het gesprek met mij, maar dat wimpelt ze af.
Met “Ik ga nu Jenny W. maar eens bellen” eindig ik het gesprek.

De telefoon van Jenny W. wordt beantwoord door een mannenstem die vraagt: “Wat kan ik voor je doen?” Ook tijdens de rest van het gesprekje blijft de man volharden in 'jij' en 'jou', veronderstellende dat ik een alleenstaande of partnerzoekende ben, terwijl ik zelf netjes aan de beleefdheidsvorm “u” vasthoud.
De man belooft dat Jenny me spoedig zal terugbellen, en zo geschiedt.
Ik leg Jenny beleefd uit wie ik ben en laat haar vervolgens weten dat ik haar ingezonden stukje in de krant weinig verheffend vind en dat zo'n stukje veel meer zegt over haarzelf dan over degene die ze aanvalt.
Ik vervolg met haar mee te delen dat ik zojuist voor de eerste keer contact heb gehad met Regina von Metzsch-Schilbach en dat deze mij heeft verteld niets te hebben geweten van een ingezonden brief met haar naam eronder.

“Ze heeft uitsluitend tegenover u verklaard dat zij u destijds niet kende en dat u de Vriendenkring niet rechtstreeks van haar hebt overgenomen omdat zij door omstandigheden in 1987 haar werk ervoor weer heeft moeten beëindigen. Dat is ook het enige dat klopt in uw ingezonden brief.
Van mijn kant wil ik u dan ook mijn excuses aanbieden voor de foute informatie die ik op dat punt aan het Almelo's Weekblad heb verstrekt!”
Jenny W. reageert met te zeggen dat ik haar op zijn minst eerst had moeten benaderen voordat ik zo'n stuk in de krant zette. Ze is er zeer door geschokt dat iemand er haar van beschuldigt dat zij niet de Vriendenkring heeft opgericht! Ze vindt dat nogal iets. En dan bovendien ook nog eens geen naam en adres erbij vermelden!
“Hoe komt u daar nou in hemelsnaam bij, dat ik mijn naam en adres niet heb vermeld? Hoe weet u dat zo zeker?”
“Ik heb Tony Cassese van de krant gevraagd wie u was, en deze heeft mij verteld dat hij geen adres en telefoonnummer had omdat die er niet bij stonden.”

“Dat is volkomen nonsens, gelogen!”
En ik herhaal wat ik eerder al tegen Regina vertelde: “Ik heb direct de kopie van mijn stukje nagekeken, en ik kan bewijzen dat al mijn gegevens erop staan en ook dat ik mijn juiste voorletters heb vermeld!”
“Nou, zo is het me toch verteld!”
“En met uw ingezonden brief tracht u niet alleen mij belachelijk te maken, maar drukt u ook nog weer eens mevrouw Von Metzsch-Schilbach in de hoek. Zij heeft wel degelijk de Vriendenkring in 1986 geleid en er was wel degelijk een vrijgezel die in 1983 op het idee van een alleenstaandenclub is gekomen! Hoe kunt u dat allemaal op zo'n minne wijze in twijfel trekken? Ik heb kopieën van de bewuste krantenknipsels opgestuurd aan de krant, heeft Cassese daar niets van gezegd?”
Jenny zegt dat ze van niets weet, ze blijft volhouden dat ze van mening is dat zij de bedenkster van de vriendenkring is.

“Maar u woonde in 1986 toch wel in Almelo?”
“Jawel, maar ik zat toen nog volop in de kleine kinderen!”
Alsof die in twee jaar tijd plotsklaps groot zijn geworden.
“Ik woonde destijds niet in Almelo maar ik weet wel wat er zich hier afspeelde!”
“Maar waarom heb je mij dan niet eerst gebeld, zoiets zet je toch niet zomaar openlijk in de krant?”
“Ik heb een keer geprobeerd u te bellen en bovendien heb ik alleen maar informatie aan het weekblad gestuurd, ik heb niet gezegd dat het per se geplaatst moest worden. Voorts heb ik niets anders gedaan dan herhalen wat er in 1986 al eens in de krant stond. Wat is daar nou mis mee?”

Jenny vraagt zich ook af wat mijn motivatie geweest kan zijn.
“Mijn motivatie heeft op zich niets met jullie als personen te maken, ik heb nooit iets te maken gehad met Regina von Metzsch en ik heb nooit iets te maken gehad met Jenny W. Ik kan er dus volledig neutraal tegenaan kijken. Het enige dat mij drijft is de behoefte om dingen die steeds weer opnieuw onjuist in het nieuws komen te corrigeren.”

“O”, zegt Jenny vermoeid, “het heeft dus eigenlijk niets met mij te maken?”
“Zo zou je het kunnen zien”, geef ik toe.
Jenny wil er dan mee kappen, met het gesprek. Ze vind dat ze haar tijd aan het verknoeien is en dat het haar eigenlijk niet aangaat.
Ik gooi nog wat olie op het vuur en zeg dat ik haar ingezonden brief zou kunnen zien als laster en smaad, en op zijn minst als harde leugens. Met alle gevolgen die dat zou kunnen hebben voor Jenny. Bovendien gaat Regina von Metzsch-Schilbach er niet mee accoord dat haar naam er onder staat.
“Nou dat zullen we dan wel zien”, bijt Jenny me toe en ze hangt op.
Ik besluit om voorlopig maar geen actie te ondernemen, het is nu aan de andere partijen om een en ander publiekelijk recht te zetten.

In Memoriam

OverlijdensadvertentieOp 31 januari 1996 dwalen mijn ogen toevallig over de overlijdensadvertenties in de krant. Plots zie ik een bekende naam: Regina Maria Theresia von Metzsch - Schilbach, overleden op 28 januari 1996 te Almelo!
Dat is dus vijf dagen nadat ik haar telefonisch heb gesproken! Die wetenschap geeft me een enigszins verdoofd gevoel.
En ze was nog maar 58 jaar oud.
Later bedenk ik me dat ik niet graag in de schoenen zou staan van Jenny W., zij kan nu nooit meer tegenover Regina rechtzetten wat ze krom heeft gemaakt. Haar enige mogelijkheid is nog een openlijk posthuum eerherstel.
In de eerstvolgende uitgave van het Almelo's Weekblad (6 februari 1996) verwacht ik dan ook een klein berichtje aan te treffen, ofwel van Jenny W. ofwel van de kant van de redactie.
Het bericht dat ik aantref ziet er anders uit dan ik verwacht.
Het is een “In Memoriam: Gina von Metzsch-Schilbach” van de hand van Tony Cassese.

In MemoriamHet is een forse kolom met tekst in vette letters, en wat inhoud betreft zou ik bijna zeggen dat het een uitbundig In Memoriam is. De schrijver doet voorkomen alsof hij altijd persoonlijk contact met de overledene heeft gehad, hij noemt haar Gina, hij somt een groot aantal kwaliteiten en activiteiten van haar op en hij eindigt met de woorden: “Het is voor menig plaatsgenoot een voorrecht haar te hebben gekend. We zullen haar nooit vergeten.”
Tracht de redacteur van het Almelo's Weekblad met dit In Memoriam zijn geweten te sussen?
Het In Memoriam is des te merkwaardiger als je je realiseert dat er in het Almelo's Weekblad nog nooit eerder een In Memoriam heeft gestaan (voor zover ik mij kan herinneren) en daarna ook niet meer, dat ik de naam van mevrouw Von Metzsch-Schilbach nog niet eerder in enige krant ben tegengekomen (uitgezonderd het artikel uit 1986), dat geen enkele andere krant aandacht heeft besteed aan het overlijden van mevrouw Von Metzsch-Schilbach (voor zover mij bekend) en dat er geen rouwadvertenties zijn geplaatst door al die instellingen en instanties waarvoor Regina zich zo zou hebben ingezet.

Het allervreemdst van het In Memoriam van Tony Cassese is dat er met geen woord gerept wordt over het feit dat mevrouw Von Metzsch-Schilbach zich heeft ingespannen voor alleenstaanden en voor de Vriendenkring Almelo!

Jenny als consulente van De VeranderingTwee weken verstrijken er. Slechts twee weken later dus, verschijnt er weer een artikel van de hand van Tony Cassese over Jenny W. in het Almelo's Weekblad! Een driekoloms artikel met erboven een foto van een druk telefonerende Jenny W.
“Naast initiatiefneemster van de lokale club voor alleenstaanden 'De Vriendenkring' [thans: De Vriendenkring - Möll'nwiek] is ze eveneens consulente van een gerenommeerd relatiebemiddelingsbureau.”
Vervolgens mag Jenny uitgebreid uitleggen waarom enkel en alleen haar eigen relatiebureau deugt en alle andere niet.

Het is niet duidelijk of het hier om een 'advertorial' gaat of niet, maar dat maakt op zich ook weinig uit. Het tekent in elk geval het karakter van Jenny W. om zonder één woord te besteden aan Regina von Metzsch-Schilbach stomweg door te gaan met het spuien van haar aloude onware verhaaltje. Je moet maar durven.

Soms denk ik: als we in Rusland zouden wonen dan zou ik hier iets engs achter zoeken. Maar misschien heb ik wel een heel verkeerd beeld van wat er in Nederland wel of niet kan.
Mensen zoals Jenny W. die veel aan de weg timmeren (haar eigen woorden) en die heel vaak in de media verschijnen, lopen het risico zichzelf erg belangrijk en onaantastbaar te gaan vinden.

Hopelijk gaat Jenny W. ooit nog eens beseffen dat het een integer mens geen moeite kost om een vergissing toe te geven. Verder