Het ‘tennisjoch’ en de dictator

[20 juni 2014]

Op de zaterdag vóór Pinksteren is het warm, broeierig en vermoeiend weer. Ondanks dat we daar slecht tegen kunnen, gaan we toch onze voortuin op orde brengen. Net als ik bezig ben met het vegen van het trottoir, begint het joch aan de overkant van de straat weer met zijn spelletje.

Het tennisjoch, zoals wij hem noemen, is al minstens 7 jaar bezig met het slaan van een tennisbal tegen de buitenmuur van het flatgebouw recht tegenover ons huis. In het begin geeft dat weinig overlast omdat hij een klein balletje gebruikt en nog niet zo hard slaat. Maar de laatste jaren gebruikt hij ander ballen en slaat hij ook steeds harder.

Het geluid dat de bal daarbij produceert is gelijkend op dat van een pistoolschot en zó doordringend dat het overal in ons huis te horen is. Er is geen ontkomen aan. ‘s Zomers een raam openzetten is er niet meer bij, dan wordt de ‘foltering’ te hevig. En als het nou bij een half uurtje bleef, was het misschien nog te harden. Vorig jaar tijdens de zomervakantie heeft hij het gepresteerd om bijna elke dag de hele dag door zijn balspelletje te doen. Op één dag is hij zelfs 10 uur lang bezig geweest, onderbroken door een paar korte pauzes om van tenue te wisselen.

In de verdediging

Toen is het ons te bar geworden. We hebben hem aangesproken en vriendelijk gevraagd minder lawaai te maken en niet zo lang achter elkaar te spelen. Het joch is meteen in de verdediging gesprongen met de woorden dat hij van iedereen in de flat toestemming heeft om daar te spelen.
Gewoonlijk speelt hij altijd alleen, maar na het gesprek heeft hij een andere jongen met een tennisracket opgehaald en zijn ze samen extra veel lawaai gaan maken. We zijn niet dol op treiterende kinderen.
De jongen is daarna gewoon doorgegaan met zijn solo-tennis, en de daarbij behorende geluidsoverlast en hinder.

Vanwege de uitdagende manier waarop hij op de bewuste zaterdag aan zijn spelletje begint, zonder met ons rekening te houden, loop ik naar de ingang van de flat, terwijl ik hem vraag waar hij woont en hoe hij heet. De jonge tennisser wenst er geen antwoord op te geven.
Daarentegen stelt hij mij de vraag: “Mag ik hier niet spelen?”
Ik loop op hem toe en zeg op rustige toon dat het daar niet om gaat. Ik leg hem uit dat we last hebben van het hevige lawaai dat hij met zijn bal maakt, en dat we daar ziek van worden. “Dat weet ik”, zegt hij tot mijn verbazing.
Ik zeg dat ik er begrip voor heb dat hij dat niet begrijpt, omdat ik het zelf ook niet gesnapt zou hebben op die leeftijd.
Ik probeer uit te vinden hoe het kan dat de tennisbal zoveel lawaai maakt, en de jongen geeft hem maar aarzelend uit handen. Hij krijgt hem natuurlijk gewoon terug. Ik neem nog een aantal opties met hem door om de overlast te beperken, maar hij blijft volhouden dat hij per se hier moet oefenen en nergens anders. Hij ontkent dat hij al jaren bezig is, want hij zit pas een jaar op tennisles. Merkwaardig.
Op mijn vraag of hij geen vriendjes heeft om mee te spelen, komen we tot de conclusie dat de muur zijn vriendje is. We moeten er beiden smakelijk om lachen.
Daarna geeft hij te kennen dat hij niet snapt dat wij zo veel last van hem hebben. Ik bedenk dat de jongen zo'n 13 of 14 jaar oud zal zijn en er niet van schrikt als ik hem vertel dat we wel eens tegen elkaar hebben gezegd dat we hem wel zouden kunnen vermoorden. Hopelijk begrijpt hij dan wel de ernst van de situatie.
Omdat de jongen niet hard moet lachen, maar met zijn ogen begint te knipperen, vermoed ik dat hij toch een beetje geschrokken is. Ik voeg er dan ook aan toe: “Bij wijze van spreken dan!”
Om hem nog meer gerust te stellen zeg ik: “We dóen het niet hoor!” Want het laatste wat ik wil is om een kind een trauma te bezorgen.
Ik vraag hem nogmaals naar zijn naam en huisnummer, maar die wil hij nog steeds niet geven. En daardoor zal de geschiedenis een andere loop nemen dan ik gehoopt had.

De vader

Kort daarna worden we onverhoeds aangesproken door een arrogant overkomende man van in de dertig, die zonder zich eerst voor te stellen, op dreigende toon vraagt wat er was. Ik spreek de man netjes aan met u, maar hij gaat meteen over op je en jij. Omdat hij kennelijk niet doorheeft dat ik dubbel zo oud ben als hem, maak ik daar geïrriteerd een opmerking over. Hij reageert met: “Zo, ook nog een attitude hebben?”
Het blijkt te gaan over wat wij zijn zoon hebben aangedaan, en dat hij bij de politie aangifte tegen mij zal doen. En hij zal zijn zoon in een mogelijk proces laten getuigen. Waarván hij aangifte zal gaan doen, wordt niet duidelijk.
We hebben meteen schoon genoeg van deze praatjesmaker, maar laten hem nog even doorblazen. Daarbij komen we nog wat interessante feiten te weten.

Zoals dat de Vereniging van Eigenaren van de flat met een krappe meerderheid heeft vóór gestemd dat zijn zoon daar mag spelen, en dat hij er maar één keer per veertien dagen mag spelen. Het is duidelijk dat veel bewoners moeite hebben met de overlast. Bovendien is het gedrag van de jongen ook nog eens gevaarlijk, voor hemzelf en voor het verkeer. Passerende tweewielers en auto's worden soms door de bal geraakt, ook slaat hij hem soms tegen geparkeerde auto's aan en moet hij de tuinen aan de andere kant van de straat inlopen om zijn bal terug te halen.

Volgens de vader zou de jongen nog maar elf jaar oud zijn. Dat komt ons vreemd voor, dan zou hij nog maar 5 jaar zijn geweest toen hij met zijn spelletje tegen de muur begon? Bovendien weet ik bijna zeker dat hij al in de vorige eeuw is geboren. Maar we kunnen ons vergissen.

De man blijft maar doorrazen, maar de helft gaat gelukkig aan ons voorbij. We vangen nog wel op dat hij er onze buren ook bijhaalt, die zouden ons ook spuugzat zijn. Hij beweert ze erg goed te kennen.
Dan kunnen ze mooi samen over ons roddelen en ons zwart maken. Ze hebben inderdaad veel gemeen.

De man meent ons te moeten voorschrijven te gaan verhuizen naar een vrijstaande woning met grote tuin. Dan hebben we van niemand last en kunnen we onze hobby tuinieren uitoefenen. Hij noemt ons “eco-mensjes”.

Dan komt de ware aard van de man naar boven: dictator en manipulator. Hij meent ons te kunnen verbieden om zijn zoon ooit nog weer eens aan te spreken. Hij is kennelijk van mening dat iedereen maar mag doen en laten op de openbare weg wat hij wil, in elk geval zijn zoon wel. Hij laat zijn dictaat vergezeld gaan van een ernstig dreigement, al ben ik vergeten waar dat uit bestaat.

Mensen zoals deze meneer, die super-egocentrisch door het leven gaat, zonder een moment rekening te houden met het welzijn van mensen met gezondheids- of andere problemen, zijn een gruwel voor de maatschappij.
Onze visie op de openbare weg is dat iedereen elkaar mag aanspreken op fout gedrag. We moeten samen Nederland leefbaar houden, en dat kan alleen door ons te beperken en rekening met anderen te houden.

Aangifte van bedreiging

Voor het geval we nog iets kwijt willen, geeft de man ons zijn huisnummer: 116.
En ‘s avonds vinden we een slordig geprint vodje in onze brievenbus, waarop staat dat hij aangifte tegen mij gaat doen. Zijn zoon Lorenzo zou bang geworden zijn, en op zijn eigen verzoek tegen mij willen getuigen in een proces.
Als afzender staat er alleen het genoemde huisnummer.
Een paar weken later roept hij vanuit zijn open autoraam dat hij aangifte heeft gedaan, want ik zou zijn zoon hebben bedreigd.

Als hij dat werkelijk heeft gedaan, dan kan hij subiet door de politie worden opgepakt wegens het doen van een valse aangifte en het aanzetten van een minderjarige tot het doen van een valse verklaring.

Inmiddels hebben we heel wat informatie over deze meneer en zijn zoon weten te vergaren, en die informatie kan ons niet echt verBleijen.
Zijn naam is Johnny B., en hij blijkt een makelaarskantoor te hebben op nummer 116 (de vierde etage!) van de flat. Een makelaar die dure woningen in het buitenland verkoopt, en zelf in een armzalig flatje uit 1970 woont!
Hij meent ons te moeten adviseren naar een vrijstaande woning te gaan verhuizen, zodat zijn zoon geen last van ons heeft. Maar waarom doet hij dat in vredesnaam zelf niet? Desnoods naar Spanje, waar hij zo graag vertoeft en waar ze misschien nog wel een dictator kunnen gebruiken?
In de hele flat woont maar één kind. Iedereen met een baby vertrekt al heel gauw naar een betere leefomgeving voor een kind. En zo'n tennisgrage jongen laat men hier maar voor het gebouw aanmodderen en de irritatie van omwonenden over hem heenkomen. Onbegrijpelijk!

De loop der geschiedenis

Wij als mensen bepalen zelf de loop van de geschiedenis, door ons gedrag en door onze keuzes. Meestal zijn we ons niet bewust van het effect van dat gedrag. In dit geval heeft Johnny B. zichzelf door zijn agressieve houding benadeeld.
De reden dat ik het huisnummer van de jongen wilde weten, was dat ik een plan had. Een positief plan. We hadden al verwacht dat we met een boze benadering weinig zouden bereiken bij deze ouders. Daarom had ik ze een voorstel willen doen. Als ze er voor zouden zorgen dat de jongen zijn tennis-oefeningen permanent op een andere plek zou gaan doen, dan zouden ze van mij een flink geldbedrag krijgen.
De vader heeft dit aanbod voor altijd onmogelijk gemaakt door zijn agressieve houding.

De beschuldiging van Johnny B.


Links:

DJK kampioen jeugd Tennis Club Wierden

Tweede Woning.eu