Een stelende krant

[9 maart 2011]

Dit persoonlijke verhaal speelt zich af in het jaar 1994.
In de maand juni van dat jaar besluit ik om eens een ongewone contact-advertentie in de regionale krant Tubantia (van uitgever Wegener) te plaatsen:

Annonce in Dagblad Tubantia

Een van de dames met wie ik in de maanden daarna in contact kom, pluist alle contact-rubrieken kennelijk zorgvuldig na. Want in september belt ze mij enigszins gepikeerd op met de vraag waarom ik alweer een advertentie heb geplaatst.
In het h-a-h weekblad Huis Aan Huis (ook van Wegener) blijkt namelijk deze advertentie te staan:

Adv. in Huis Aan Huis

September 1994

Heel grof, en duidelijk een geval van plagiaat! Ook al zijn er twee kleine veranderingen in de tekst aangebracht, het is onmiskenbaar mijn advertentie uit Dagblad Tubantia die wordt misbruikt. Maar door wie of wat?
De dame belt met de contactlijn, en wordt er dertig minuten aan het lijntje gehouden. Het kost haar dus 30 gulden, want bellen met de contactlijn kost 1 gulden per minuut. Maar er is (uiteraard) gn advertentie van mij te horen!
Wat gebeurt hier? Wie zit er achter de Contactlijn Oost Nederland, en waarom steelt iemand mijn tekst?

Ik besluit om de krant op te bellen met de vraag wie deze advertentie geplaatst heeft. In de overtuiging dat een gerenommeerde uitgever direct zal meewerken aan het bestrijden van kwalijke praktijken als deze.
Ik krijg de directeur van de huis-aan-huis bladen van Wegener aan de lijn. Een zekere Joop Munsterman.
De man reageert arrogant en nonchalant op mijn verhaal, en beweert bij hoog en laag niet te weten wie de opdrachtgever van deze advertenties is. Vreemd, want anoniem advertenties plaatsen mag niet, en waar gaat de rekening dan naartoe?
En ook al zou hij wl weten wie de adverteerder is, dan nog zou hij het nit vertellen, zo voegt Munsterman toe.
Bovendien ziet hij het probleem niet zo, mensen nemen immers voortdurend dingen van elkaar over, dat kan dat toch niet zo'n probleem zijn? Dat de auteurswet ook geldt voor advertentieteksten maakt geen indruk op Joop.
Ik krijg geen positief beeld van deze voor mij onbekende man, met zijn Indo/Twents accent, en het wordt me duidelijk hier niet verder te komen.

Vervolgens ga ik op een andere wijze hard aan het werk. Als er een waarheid gevonden moet worden, dan lukt mij dat vrijwel altijd. Hoe ik precies te werk ga, wil ik in het midden laten, maar dit is hetgeen ik ontdek:

1. De contactlijn Oost Nederland is bedrog.
2. Er zijn geen echte contactzoekenden, ze zijn allemaal verzonnen.
3. Advertenties in de weekbladen zijn alleen maar lokkertjes om mensen te laten bellen.
4. De advertenties zijn verzonnen of gekopieerd van chte annonces.
5. Het beltarief is 1 gulden per minuut, het gaat dus alleen om geld.
6. De contactlijn Oost Nederland is een activiteit van uitgever Wegener zelf.
7. Wegener heeft een speciale, geheime, afdeling voor dit soort activiteiten.

Met deze wetenschap benader ik de juridische afdeling van Wegener in Apeldoorn. Daar is men hogelijk verbaasd over hetgeen ik ontdekt heb. Een topjurist biedt mij telefonisch excuses aan voor de gebeurtenis en laat weten het te betreuren dat er plagiaat is gepleegd.
Omdat mijn advertentietekst zeven maal is gebruikt, eis ik 7 x 100 gulden als vergoeding. Men wenst echter niet meer dan 50 gulden per geval te betalen, en omdat ik geen zin heb in een gerechtelijke procedure, ga ik er mee accoord. Alle afspraken krijg ik netjes op schrift toegestuurd, en de betaling volgt ook prompt. Merkwaardig genoeg vraagt men mij nooit om over deze zaak te zwijgen.