Fliesen Rundmund

[11 december 2013]

Deze gebeurtenis speelt zich af rond 1970. Lang geleden dus, maar hij zit nog altijd in mijn geheugen gegrift.
Ik werk in die tijd als elektronicus bij Muziekhandel Tonnema, en moet op een dag een storing verhelpen aan een Hammond-orgel bij een klant in Duitsland. Het is de eigenaar van Fliesen Rundmund, een grote tegelhandel net over de grens bij Enschede. Ter plaatse aangekomen zie ik geen ingang naar de privé-woning, en ga daarom de winkel binnen. Ik meld mij bij de receptie, en tegen de dame die mij te woord staat, zeg ik dat ik voor reparatie van het elektronisch orgel kom. Ik vermoed dat de vrouw de eigenaresse is, want zij verwijst mij direct naar een open trap die naar de bovenwoning leidt en die uitkomt op een open hal, waar het orgel direct naast de trapopening staat.

Daar ga ik zonder dralen aan de slag met het muziekinstrument. Als ik op een gegeven moment bezig ben met het binnenste van het apparaat, hoor ik een deur opengaan. Als ik vanachter het orgel opkijk, zie ik nog net een glimp van een spiernaakte dame die door de hal loopt. Ik veronderstel dat ze mij niet gezien heeft, want ze zegt niets en komt later ook niet terug om een praatje te maken. Als ik klaar ben met de reparatie, ga ik weer naar beneden en meld ik mij af bij de receptie.

De volgende dag moet ik bij mijn baas, Hennie Tonnema, komen. Hij vraagt mij op enigszins dreigende toon wat er gebeurd is bij Rundmund. Ik leg het hem uit, en benadruk dat mij niets te verwijten valt. Toch moet ik meteen mee, de auto in op weg naar de Duitse klant. Ik zie dat niet zo zitten, want nu krijg ik het gevoel dat ik ergens schuldig aan ben en dat ik mij voor iets moet verantwoorden. Verder valt er volgens mij ook weinig uit te leggen en heb ik betere dingen te doen. Mijn protest helpt niet, ik moet mee.

Bij Rundmund aangekomen, komen we in het kantoor van de directeur en moet ik in het Duits uitleggen hoe het gegaan is en hoe de vrouw eruit ziet die mij naar boven heeft verwezen. Ik vind het allemaal een kinderachtige bedoening, en sta als een klein kind te stotteren. Niet van angst, maar omdat ik de juiste Duitse woorden niet kan vinden. En wat is er nu helemaal gebeurd dat dit gedoe rechtvaardigt? Ik heb niet eens goed kunnen kijken of de dame goed geschapen was of niet. Was ze misschien gepikeerd dat ik niet gefloten heb?

Het valt te begrijpen dat mijn baas zijn klanten tevreden wil houden, en dat hij daarom een gesprek wilde met meneer Rundmund, is zijn goed recht. Maar dat hij mij daar een beetje voor schut zet en gebruikt, zal voor de rest van mijn leven een pijnlijke herinnering blijven.