In militaire dienst!

Soldaten zonder uniform

[9 juni 2008]

Het is 1967. Dat is inderdaad lang geleden. Toch zit de gebeurtenis onuitwisbaar in mijn geheugen opgeslagen. En wel in het vakje “Krankjorum”.

In 1966 heb ik het grote ongeluk om de dienstplicht te moeten vervullen. Ik ben dus van staatswege tot militair gebombardeerd, iets dat sterk indruist tegen mijn rechtvaardigheidsgevoel.
Helaas zitten er in het leger heel veel dingen die onrechtvaardig zijn. Maar, ik probeer er het beste van te maken en mij zo min mogelijk te laten beďnvloeden door het beroepskader dat ons moet drillen.
Na de opleiding kom ik als parate soldaat terecht in de W.G.Z.-kazerne in Harderwijk. Een geluk bij een ongeluk is dat ik daar terechtkom bij de Verbindingsdienst. Radio's en zenders zijn mijn hobby, en die kan ik hier een beetje uitleven.

Het kazerneleven is uiterst dynamisch. Dag in dag uit moeten we onderhoud plegen aan de verbindingswagen die ons is toebedeeld. De bemanning van de wagen bestaat uit vier man dienstplichtigen. We moeten de zenders, telefoons, telexen en andere apparatuur in goede conditie houden en dagelijks testen.
Ik weet eigenlijk niet meer hoe we de dagen doorkomen, maar in elk geval slopend traag.

Hij heet Joos (= Joost) en hij komt uit Dort (= Dordrecht).
Als achternaam moet ik denken aan Middelkoop, en dat is een gangbare naam in Dordrecht, maar ik kan me ook vergissen. Ik ben de meeste namen uit die tijd vergeten.
In gedachten zie ik Joost voor me als een beetje morsig mannetje met een zeurderig oude mannen-stemmetje. Joost is een van de vier mensen op onze wagen. En zijn mond staat altijd open: om er woorden uit te laten rollen.
Wat hij zegt dringt maar vaag tot mij door, want hij herhaalt zichzelf nogal eens. Wel kan ik me herinneren dat hij oeverloos loopt te pronken met zijn vriendin thuis in Dordrecht. Die hemelt hij in alle toonaarden op.
Meestal zwijgen de anderen, en wat Joost op het moment precies aan het vertellen is, weet ik niet.
In een opwelling besluit ik om als reactie maar eens iets meligs te gaan zeggen.
Ik zeg, tegen niemand in het bijzonder: “Ze zal wel geil zijn!”
Als soldaten onder elkaar is dat toch geen schokkende opmerking. Er wordt heel wat grovere taal gebezigd.

Joost reageert niet en het lijkt alsof hij niks gehoord heeft. Kort daarna is het stil en blijkt Joost verdwenen te zijn. Een poosje later komt hij terug, richt zich to mij en zegt: “Je moet bij de vaandrig komen”.
De vaandrig is een dienstplichtige die boven de rest van de soldaten staat en die voor de afhandeling van klachten en problemen zorgt.
Ik vraag Joost wat er aan de hand is, maar hij geeft daar geen antwoord op.

Ik heb de vaandrig altijd gezien als een redelijk en menselijk persoon, maar nu word ik toch op een indringende en impertinente manier door hem ondervraagd over mijn opmerking over het meisje van Joost, niet te geloven!
Eerlijk gezegd kan ik mijn oren ook niet geloven. Ik sta volledig perplex! Wat bezielt zo'n man om mij op zo'n neerbuigende toon te behandelen en te ondervragen. (“Of ik wel weet wat geil betekent, of ik wel eens een meisje heb gehad, of ik homo ben”, en dat soort vragen!) Het lijkt wel of ik iemand heb omgebracht.
En dat alles om een lullige opmerking waar hij eigenlijk niks mee te maken heeft! Zijn vragen zijn honderd keer beledigender dan mijn in de ruimte uitgesproken woorden. Want ik heb totaal niks negatief bedoeld, ik ken het meisje immers niet.

En die Joost met zijn grote mondje? Eigenlijk een zielig geval om zonder een woord tegen mij te zeggen te gaan klagen bij de vaandrig. En wie weet heeft hij helemaal geen vriendin, en fantaseert hij er gewoon wat op los. Het zou me niet verbazen!

Op de bovenste foto zou 453 Joost kunnen zijn, maar dat kan ik absoluut niet met zekerheid zeggen.
Op de onderste foto staat de vaandrig. Ik weet zijn naam niet meer. Maar als iemand een van beide mannen kent, dan hoor ik dat heel graag. Ik zou ze alsnog graag willen confronteren met hun actie van toen.

De vaandrig

Voor de volledigheid mijn militair adres: Dick Waanders, 41e Vbd. Bat. C-Cie, W.G.F.-kazerne, Harderwijk.