ďLeven vanuit je kernĒ (3)

Onland & Geerdink heet het advocatenkantoor in Oldenzaal dat Corinne S. mede namens Ibolya H. in de arm genomen heeft.
In de derde week van april 1995 krijg ik een schrijven van mr. J.D. Onland.

ďTot mij wendden zich de heer Corinne S. en mevr. Ibolya H., wonende te Oldenzaal en verzochten mij in bovenvermelde zaak hun belangen te behartigen.Ē
De man noemt haar dus ďde heer Corinne S.Ē, zo had ik haar nog niet bekeken.
Uit meerdere fouten in de brief kan ik opmaken dat het weer zo'n schertsbrief is van een advocaat die meent nog wel een centje te kunnen verdienen aan het schrijven van een briefje met veel poeha en dreigementen, terwijl hij ondertussen weet onzinnig bezig te zijn.

Volgens mr. Onland hebben zijn cliŽnten geen schuld meer aan mij en willen zij ook niet meer geconfronteerd worden met mijn facturen.
Verder heb ik mij in een perspublicatie in negatieve zin uitgelaten over zijn cliŽnten en kunnen mijn onjuiste en beledigende opmerkingen aan hun adres worden opgevat als smaad c.q. laster.
CliŽnten hebben hierdoor schade geleden en ik dien mij voortaan van een dergelijk onrechtmatig handelen te onthouden.

De advocaat sommeert mij te stoppen met het doen van laatdunkende, onjuiste en beledigende opmerkingen jegens zijn cliŽnten.
Voorts stelt hij mij aansprakelijk voor de schade die zijn cliŽnten hebben geleden of nog zullen lijden.
En als klap op de vuurpijl mag ik zijn cliŽnten nooit meer op enigerlei wijze benaderen, direct danwel indirect.
Als ik ooit nog weer een keer contact zoek met ze, of me niet aan de andere eisen houd, dan zal er onmiddellijk een kort geding voor de president van de Almelose rechtbank volgen.

Corinne S. heeft een Duitse achternaam, en nu heb ik heel even het gevoel in Oost-Duitsland te zijn, waar burgers naar believen monddood gemaakt kunnen worden.
We zijn echter in Nederland en ik vraag me af wat zo'n Onland bezielt!


ďGeachte heer Onland,

Uw schrijven en de daarin gebezigde dreigende taal verbazen mij zeer! Het is mij helaas bekend dat uw beide cliŽnten een merkwaardige invloed op derden weten uit te oefenen.
Uw brief zet de zaken dermate op zijn kop en is voor mij dermate beledigend, zeker gezien in het licht van eerdere - zeer schofterige - uitlatingen en acties van uw cliŽnten naar mij toe, dat ik mijn voornemen om de zaak te laten rusten en het enorme door mij geleden verlies en de (geestelijke en materiŽle) schade maar te accepteren, thans heb laten varen.

Bovendien zal ik nu ook aangifte doen bij justitie van oplichting, misleiding, belediging en gevaarlijke kwakzalverij door uw cliŽnten. (Bewijzen en bandopnamen van telefoongesprekken met S. zullen mijn aangifte zeer aannemelijk maken!)

De rechtsgrond voor mijn vordering op uw cliŽnten is twijfelloos (er is twee volle dagen keihard aan de spoedopdracht gewerkt) en is overigens alleen aan de rechter ter beoordeling!
De door u genoemde perspublicatie is in overleg met de - eveneens misleide - schrijver van het artikel over uw cliŽnten geplaatst en valt volledig onder de vrije meningsuiting.

Gezien het feit dat u geen van de stellingen in uw brief kunt concretiseren beschouw ik uw schrijven als een beledigende en onrechtmatige daad!

Een kort geding, zoals door u geopperd, wordt door mij verwelkomd.
De grote aandacht die de media in heel Nederland hieraan zeker zullen besteden, zal de ware aard van uw cliŽnten aan het daglicht brengen. En dat scheelt mogelijk weer enige slachtoffers.
Ik zal u donderdagmiddag over dit geding telefonisch benaderen.Ē


Dat telefoongesprek op donderdagmiddag verandert weinig aan de zaak. Advocaat Onland is niet bereid zijn brief te relativeren of zijn dreigementen terug te nemen.
Het enige positieve dat ik hoor is dat hij wel waardering kan opbrengen voor het feit dat ik met open vizier strijd en dat mijn ingezonden brief in de krant voorzien is van mijn naam en woonplaats.
Verder verneem ik nog dat de dames geen enkele cursist hebben gekregen voor hun cursus ďLeren doodgaan voor aids- en kankerpatiŽntenĒ en dat dat ongetwijfeld mijn schuld is.

Ik laat de man weten dat ik mij in geen geval zal storen aan zijn brief en de daarin gestelde eisen, en ik verlang dan ook van hem dat hij zijn aangekondigde kort geding laat doorgaan. Dat zegt hij mij nadrukkelijk toe.

Vervolgens wordt het mei, juni, juli, augustus, september en oktober. Eind oktober is er nog altijd geen spoor van een kort geding, en dat gaat mij vervelen.
Ik stuur dan ook maar weer een brief aan de advocaat om te vragen waar dat kort geding blijft.
Meteen kondig ik aan hem te zullen aanklagen bij de Raad Van Toezicht (en zonodig Raad Van Discipline en Hof Van Discipline).
De advocaat reageert niet.

Om het advocatenkantoor Onland alsnog aanleiding te geven het dreigement van een kort geding waar te maken, stuur ik Corinne S. en de advocaat zelf nog maar weer wat aanmaningen en ander gezeur.
Er volgt geen enkele reactie.

Op 1 februari 1996 stuur ik de Deken der Orde van Advocaten in het arrondissement Almelo mijn klacht over mr. Onland.
De deken (een gewone advocaat die deze functie vrijwillig vervult), mr. J.H. v.d. Veer van advocatenkantoor Jacobs Kranenburg in Enschede, kan geen klachtwaardig handelen ontwaren in de brief van mr. Onland.
Voor advocaten is dit een gebruikelijke wijze van standpunt formuleren en sommeren, volgens hem, en hij beschouwt mijn brief als afgehandeld.

Zo gaat dit hele verhaal uit als een nachtkaars. Van ďLeven vanuit je kernĒ hoor ik nooit meer iets en de twee dames uit Oldenzaal kom ik nooit meer tegen in de regionale media.
Wel jammer van de mooie brochure waaraan ik in 1994 zo hard heb gewerkt.