Escom Enschede

[23 mei 2007]

Het is 25 mei 1996. Ik ga naar het Enschedese filiaal van de Duitse computerwinkel Escom. De harde schijf van mijn Amiga computer heeft de geest gegeven. Omdat de garantietermijn nog niet is verlopen, ga ik eerst naar de winkel voor advies.
Mijn harde schijf bevat namelijk (juridische) documenten die niet in handen van anderen mogen komen.
De Escom-medewerker in de winkel adviseert mij om een back-up te maken en de harde schijf te formateren.
Ik leg uit dat de HD defect en niet meer te benaderen is. “Dan hebt u een probleem, meneer!” is het enige wat de man weet te verzinnen. Hij laat blijken dat de zaak voor hem afgedaan is.

Omdat het om een 540 MB harde schijf gaat waarvoor f. 900,-- is betaald, besluit ik om een paar dagen later opnieuw de rit naar Enschede te maken en het apparaat ter reparatie aan te bieden.
Bij het afgeven van de schijf verzoek ik de medewerker om de door mij opgestelde “afgiftevoorwaarden” te willen ondertekenen, zodat ik een klein beetje zekerheid heb dat de inhoud van de harde schijf vertrouwelijk wordt behandeld.
Escom Enschede weigert te tekenen, en de medewerker verklaart niet verantwoordelijk te willen zijn voor de HD of de inhoud ervan. Ik moet maar net zoals ieder ander gewoon de schijf afgeven en wachten.
Ook de eerder gedane mededeling over een reparatietermijn van twee weken wordt niet schriftelijk bevestigd. Op mijn voorstel om er dan maar een maand van te maken wordt niet ingegaan.

Ik deel de Escom-medewerker duidelijk mee dat ik nu in geen geval mijn HD daar zal achterlaten. De garantieverplichtingen moeten dan maar bij mij thuis worden nagekomen.
Nádat ik deze mededeling heb gedaan, overhandigt de medewerker mij een door hem uitgeschreven reparatieformulier. Ik veronderstel dat het bedoeld is voor service-aan-huis.
Bij het doorkijken van het formulier vallen mij direct twee ernstige taalfouten op (“HD word niet meer herkent”), waarop ik opmerk dat een cursus Nederlandse taal geen kwaad zou kunnen. Evenals een cursus “klanten-service”.

Ik berg het formulier op in mijn tas en verlaat rustig de winkel. Mijn auto staat voor de deur, en het duurt nog even voordat ik wegrijd.

De volgende dag word ik gebeld door een zekere Van Leeuwen van Escom Office Enschede. Aan zijn stem te horen lijkt het mij dezelfde persoon te zijn als degene die mij in de winkel steeds te woord heeft gestaan, hoewel op het reparatieformulier de naam I. Alberts staat.
De heer Van Leeuwen heeft een verrassende mededeling: ik ben vergeten mijn defecte hard-disk achter te laten in de winkel. Of ik die zo spoedig mogelijk wil komen brengen!
Ik herhaal wat ik in de winkel al heb gezegd, dat ik géén HD bij Escom Enschede zal achterlaten en dat de reden daarvoor bekend is.
Van Leeuwen deelt mij daarop mede dat ik dan de blauwe reparatiebon onmiddellijk, direct en spoorslags dien terug te brengen. Hij is van mening dat ik met deze bon een nieuwe HD zou kunnen claimen.
Van Leeuwen eist ofwel mijn defecte HD ofwel de blauwe bon retour.
Ik deel mee dat ik niet van plan ben om ooit nog een voet in een Escom winkel te zetten en dat ik al helemaal niet nogmaals 50 kilometer voor niks ga afleggen.

Van Leeuwen begint daarop meteen op hoge toon te dreigen met het doen van aangifte bij de politie. Volgens hem zijn er getuigen in de winkel geweest die een verklaring zouden willen afleggen.
“Verklaring van wat?” vraag ik verbaasd.
“Ze hebben gezien dat u een formulier van mij hebt ontvangen.”
Ik maak de man duidelijk dat hij mij uit eigener beweging een formulier heeft overhandigd, dat hij nog tijd genoeg heeft gehad om dat terug te vragen voordat ik de winkel uit was, en dat ik er niet over peins om het terug te brengen.
“Dan doen we aangifte bij de politie!”
“Dat moet u zeker gaan doen, ga rustig uw gang, ik ben zéér benieuwd naar het resultaat! Op deze manier maakt u het allemaal nog veel erger. U hoort via mijn advocaat binnenkort ook nog het en en ander.”

Tien minuten later gaat de telefoon opnieuw: “Met de gemeentepolitie Enschede”.
“Het is niet te geloven! Het is niet te geloven!”
De politieman is het bij voorbaat met mij eens. Hij legt uit dat Escom telefonisch aangifte had willen doen van diefstal van een harddisk. Escom zou zich verantwoordelijk voelen voor de harde schijf en geëist werd dat ik die alsnog kom brengen.
Opvallend, die plotselinge warme interesse voor mijn harde schijf.
Nadat ik mijn kant van het verhaal heb verteld, komen de politieman en ik tot de conclusie dat Escom Enschede buitengewoon absurd bezig is.
De politieman verzekert mij dat hij Escom gaat meedelen dat ik de blauwe bon niet kom terugbrengen en dat Escom géén aangifte mag komen doen. Bovendien moet Escom al mijn gegevens vernietigen en vergeten.
In een tweede telefoongesprek met de politie komen wij tot de conclusie dat Escom een poging heeft gedaan tot het doen van valse aangifte en dat er sprake is van smaad of op zijn minst belediging.

Het Escom-concern is later failliet gegaan en alle filialen wereldwijd zijn daarbij opgedoekt. Geen wonder met zulke medewerkers!
De Nederlandse directie heeft trouwens, na wat heen en weer gezeur, nog wel gezorgd dat ik een nieuwe harde schijf heb gekregen.


[1 augustus 2007]

De heer Van Leeuwen meldt zich telefonisch, en verzoekt mij om zijn naam te willen verwijderen van de website. In de loop van het gesprek biedt Van Leeuwen tevens zijn excuses aan voor de gebeurtenis in 1996. Hij is achteraf van mening dat alles heel wat klantvriendelijker opgelost had kunnen worden.
Daarop komen we overeen om de voornaam van de voormalige Escom-medewerker uit het stuk te schrappen.