CNR Records (2)

De CNR Electric Johnny LP

[12 december 2013]

Noem het naïviteit, noem het idealisme, maar aan zulke vuile streken heb ik nooit gedacht. Ik denk überhaupt niet aan geld verdienen. Op een goede manier met muziek bezig zijn is veel belangrijker voor mij.
Maar op zo'n wijze gaat de lol er wel snel vanaf. Ik denk ook niet dat een beter contract dit had kunnen voorkomen. Als de mensen van CNR zwart op wit beweren niets te zien in het heruitbrengen van een aantal opnamen uit 1962, dan geloof ik ze op hun woord.
Ik probeerde te voorkomen dat CNR en The Skyrockets werden benadeeld door illegale praktijken, en nu belazert CNR mij zelf!

In juni 1975 stuur ik een brief op poten naar CNR waarin ik enkele duizenden guldens schadevergoeding eis. Mijn voorraad is praktisch onverkoopbaar, nu de plaat overal te krijgen is tegen een geinprijsje. En CNR heeft misbruik gemaakt van al het werk dat ik verzet heb om de plaat te promoten.
CNR reageert nu bij monde van J. Ratsma, functie onbekend. Hij wijst alle aanspraken van de hand, en verwijst naar de inhoud van onze overeenkomst. Dat contract legitimeert niet hetgeen er nu gebeurd is, en een goede advocaat zou zeker kans hebben gezien om CNR door de rechter te laten veroordelen.

Ratsma schrijft echter begrip te hebben voor het feit dat ik nu met onverkoopbare voorraad zit, en roept mij op om te komen praten over een oplossing.
Na een lang gesprek met de heer M.G. Seegers komt er een aanbod uit de bus, in de vorm van een geldbedrag - dat ik afwijs als onvoldoende - of het persen van een LP met CNR-opnamen naar mijn keus en tegen kostprijs. En met een exclusiviteit voor een periode van twee jaar.
Het aanbod wordt op schrift gesteld, met de mededeling dat labelmanager Herman van der Zwan contact zal opnemen voor een verdere uitwerking van de afspraken.

Herman van der Zwan meldt zich nimmer, ook niet na een aantal herinneringsbrieven van mijn kant.
In juli 1976 neem ik een advocaat in de arm. Deze stuurt één briefje naar CNR, krijgt nooit antwoord en laat het er verder bij zitten. Zijn rekening van bijna 200 gulden moet ik natuurlijk wél betalen!

De ‘affaire Johnny on his Strings’ blijft knagen, en als ik in 1984 hoor dat platenmaatschappij CNR weer eens een nieuwe eigenaar heeft (ik meen dat het ditmaal Willem van Kooten is), neem ik weer eens contact op.
De huidige directeur is C.L. Baas, en hij nodigt mij uit voor een gesprek waarin het voor mij vervelende ‘oud zeer’ mogelijk weggewerkt kan worden.

Het gesprek vindt plaats in Leiden, met als aanwezigen de heer Baas, labelmanager Ron Schigt, ikzelf en Dorothea. Het resultaat van het gesprek is wederom geen financiële vergoeding, maar de belofte dat ik toegang krijg tot alle oude opnamen van CNR die interessant kunnen zijn voor mijn label. De indruk wordt gewekt dat ik deze opnamen zónder kosten kan gebruiken voor mijn eigen LP-producties.
Dezelfde middag nog gaan we naar het huis van Ron Schigt om een heel dik boek met gegevens van CNR-opnamen vanaf de jaren vijftig, te doorzoeken op voor mij interessant materiaal.
Ik vind tegen de zeventig opnamen die ik wel wil gebruiken. Schigt belooft dat hij de banden zal laten opzoeken in het archief.

Niet lang daarna krijg ik een schrijven van de directeur met een contract voor het gebruik van de geselecteerde banden, en een overzicht van de kosten en voorwaarden. Die zijn dermate hoog en onrealistisch, dat ik er beslist niet mee accoord ga. Ik krijg sterk het gevoel dat ik opnieuw bedrogen wordt door CNR. Iederéén kan immers gebruik maken van opnamen uit de CNR-catalogus als men de licentiekosten maar betaalt. Aan dit contract zou totaal geen voordeel zitten voor mij, laat staan dat het een vorm van schadevergoeding zou zijn.

Ik laat dat weten aan de heer Baas, waarna Schigt nog een poging doet om te komen tot een - iets beter - ‘finale’ voorstel. Mijn animo om ooit nog samen te werken met CNR is dan echter al tot het nulpunt gedaald.
Zo komt er nooit een oplossing, en roept het opschrijven van deze affaire nog altijd grote woede op bij mij, zelfs anno 2013.