Wijkkrant De Aalderik

[24 februari 2004]

De wijkkrant van de Almelose wijk Aalderinkshoek kondigt in het aprilnummer van 2003 het vertrek aan van hoofdredacteur Rob Pieksma, en roept tevens mensen op om de redactie te komen versterken.

Van de vier redactieleden die in de krant vermeld staan is er kennelijk maar ťťn die artikelen schrijft, want de andere namen komen nooit voor onder stukjes.
Het is Joop Jimmink, die overigens nog niet lang in de redactie zit, die het blad grotendeels volschrijft en die ook nog eens de opmaak doet.
Joop heeft twee vaste rubrieken: ďStekelighedenĒ en ďJan Flapuit pakt weer uitĒ. De lezer blijft echter in het ongewisse over de identiteit van de schrijver, ondanks klachten daarover.

Omdat het niveau van de wijkkrant verbeterd kan worden en omdat de verschijningsfrequentie van vier keer per jaar aan de lage kant is, denk ik er lang en hard over na of ik mijn medewerking zal aanbieden of niet.
Op een warme junidag neem ik het besluit om mij volledig te gaan inzetten voor de krant, en ik ga naar Joop Jimmink om te polsen of mijn hulp welkom is en of er bereidheid is tot kwaliteitsverbetering.
Ik heb een aantal opmaakideeŽn afgedrukt en meegenomen. Ik ben me er van bewust dat zoiets irritatie kan opwekken, en ik introduceer mijn voorstellen dan ook voorzichtig.

Joop toont weinig enthousiasme voor mijn plannen. En van het uitbrengen van meer dan vier nummers per jaar kan al helemaal geen sprake zijn, volgens hem.
Voor de vorm zegt hij nog dat ik maar op de eerstvolgende redactievergadering moet komen. Als ik de datum en de tijd hoor, zeg ik dat ik op dat tijdstip niet kan. Bovendien heb ik weinig met vergaderen, het lijkt me zinvoller om meteen aan de slag te gaan.
Jimmink heeft tijdens het hele gesprek niet naar mijn naam en adres gevraagd, en uiteraard krijg ik later ook geen nadere uitnodiging voor een redactievergadering.

Jammer van het werk dat ik al heb gedaan en van mijn bereidheid tot inzet voor de wijkkrant, maar het is graag of niet en ik vergeet de zaak maar weer.
Totdat ik het eerstvolgende nummer van de krant onder ogen krijg. Daarin schrijft de redactie (=Joop Jimmink):

ďZo was er een wijkbewoner die het allemaal veel beter wist. Hij zag zelfs kans om iedere maand een blad uit te brengen. Iemand met zulke goede ideeŽn moet je koesteren. Hij is dan ook onmiddellijk uitgenodigd voor een vergadering. Wij hebben hem nooit weergezien. Kijk, ik bedoel maar.Ē

Dat vraagt om een ingezonden brief:


ďBETWETER

In het vorige nummer van de wijkkrant geeft de redactie een sneer naar "een wijkbewoner die het allemaal veel beter wist en die zelfs kans zag om iedere maand een blad uit te brengen" enz.
Hoewel mijn naam er niet bij staat, voel ik mij toch aangesproken. Ik heb namelijk gehoor gegeven aan de oproep in het aprilnummer om de redactie te komen versterken en heb toen contact opgenomen met Joop Jimmink.
Ik heb hem laten weten bereid te zijn om veel tijd en energie in het blad te steken en ideeŽn te hebben voor een verbeterde wijkkrant, wat betreft opmaak en inhoud. Ik heb een aantal uitgewerkte ideeŽn voorgelegd, met de opmerking dat ik terdege besef dat mensen die menen dat het anders en beter moet, al gauw wrevel opwekken. Omdat ik totaal geen behoefte heb aan onmin van welke aard dan ook, heb ik aangegeven bereid te zijn om mijn werk achter de schermen te doen.
Tijdens het gesprek heb ik niet veel enthousiasme bespeurd voor mijn ideeŽn en voorstellen, zoals een iets hogere verschijningsfrequentie en de nieuwe rubrieken die ik al had voorbereid. Er zijn alleen bezwaren en tegenwerpingen gekomen.
Wat betreft het tijdstip van de redactievergaderingen, heb ik aangegeven dan niet te kunnen. Een exacte datum heb ik niet gehoord en ik heb ook nooit een uitnodiging ontvangen. Begrijpelijk, want er is niet eens naar mijn naam en adres gevraagd!
De redactie heeft helemaal gelijk dat men mensen die bereid zijn om zich in te zetten voor een wijkkrant moet koesteren. Maar ik heb niet het gevoel dat dat hier gebeurd is. Ik ben ook niet gecharmeerd van de onwaarheid dat ik kritiek zou hebben op het nieuwe blad. De nieuwe opmaak is naar mijn mening juist het gevolg van mijn opmerkingen en ideeŽn, en daar kan ik nooit bezwaar tegen hebben.

Nog twee dingen: De oorspronkelijke naam van de krant was "DE AALDRIK", zonder E dus.
Om positief te eindigen stuur ik hier een, hopelijk interessante, bijdrage met foto voor de volgende uitgave.Ē


Er volgt alleen een reactie van redactielid Wil Kruizinga, die stelt dat hij tťgen het gelijk krijgen via de krant is, en die verder ook van mening is dat er echt niet meer kranten dan vier per jaar kunnen worden uitgebracht. Wel wil hij graag het gestuurde artikel plaatsen, omdat er maar zelden interessante stukken worden ingestuurd door wijkbewoners.

Ik schrijf hem terug dat ik aan gelijk krijgen nog helemaal niet gedacht had en dat ik vind dat een onjuiste voorstelling van zaken zondermeer dient te worden rechtgezet. Tevens stuur ik hem een uitnodiging voor een bezoek aan de Zwolse wijkkrant Kleurrijk Holtenbroek, die maandelijks verschijnt in een zeer professionele kwaliteit en met een kleurenomslag. De redactie van De Aalderik kan zich daar gaan informeren over de wijze hoe men dat klaarspeelt.

Er volgt geen enkele reactie meer. Mijn ingezonden brief wordt niet geplaatst. Mijn ingezonden artikel en foto worden evenmin geplaatst.