Gratis muziek & software

[1999]

Regelmatig ventileren allerlei mensen, zoals redacteuren van computerbladen en websites, hun mening over het fenomeen Illegaal Kopiëren (van muziek en software).

Op Planet Internet was er ooit een discussie onder de titel:
Genoegdoening voor kopieerders van muziek-CD's.

De meningen van de redacteuren lopen in het algemeen volstrekt uiteen.
Maar bijna alle lezers die reageren komen met dezelfde argumenten als rechtvaardiging voor hun activiteit:

1. “CD's zijn te duur”;
2. “Een gekochte CD is toch mijn eigendom”;
3. “We hebben jarenlang teveel betaald voor de LP's en CD's”;
4. “We zijn uitgebuit”;
5. “Productiekosten van een CD zijn maar f. 1,95”

Deze vijf punten kunnen alsvolgt gerepliceerd worden:

1. Prijzen van CD's variëren van f. 2,50 tot f. 50,--. In iedere prijsklasse is er volop keus.

2. Een gekochte CD is iemands eigendom voor wat betreft het plastic waar het schijfje van is gemaakt, het materiaal waar het doosje van is gemaakt en het papier waar het boekje van is gemaakt. Daar mag mee gedaan worden wat men wil: op gaan staan dansen, in de kachel werpen, in zoutzuur leggen, als kattenbakvulling gebruiken of omsmelten tot asbak.
O, zegt u: “Maar daar koop ik geen CD voor, ik koop hem voor de muziek (of andere software) die er op staat”?

3. & 4. Is er ooit iemand geweest die gedwongen is om een plaat te kopen? Het staat iedereen vrij om iets te duur te vinden en het daarom niet te kopen.

5. Voor zo'n prijs zou iedereen een platenmaatschappij kunnen starten.

Een briefje van duizend gulden kost overigens ook maar een paar dubbeltjes om te maken. Waarom durven we dat dan niet te kopiëren en als echt te gebruiken?
(Ja, dat is wél een goede vergelijking.) Een andere vergelijking zou zijn: Een Ferrari is te duur? Dan gaan we hem toch kopiëren! Dàt zou nog eens een prestatie zijn!

Een heel idiote en recent gehoorde rechtvaardiging voor illegaal kopiëren, is: “Waarom zou men anders al die CD-branders op de markt brengen?”
Een tegenvraag: “Waarom zou men al die auto's op de markt brengen?”
Het antwoord: “Om kettingbotsingen mee te veroorzaken, natuurlijk!”

Men koopt dus een audio-CD of CD-Rom voor de muziek of de computerprogramma's die er op staan. De drager van die software is eigenlijk maar bijzaak, en in de toekomst ook steeds minder noodzakelijk.
Voordat er een muziek-CD in de winkels ligt, zijn er heel wat creatieve processen aan vooraf gegaan.

Stel, we starten zelf een nieuwe platenmaatschappij, met alles erop en eraan.
Allereerst hebben we dan vele miljoenen guldens nodig om te investeren in het opbouwen van: de onderneming zelf, een distributienet, een opnamestudio, een CD-perserij, een CD-doosjesfabriek en een drukkerij voor de inlegvelletjes en CD-boekjes. Voor het gemak laten we al die zaken even buiten beschouwing, hoewel die investeringen wel moeten worden terugverdiend uit de winsten die op de CD's gemaakt worden.

Als eerste stap moeten we zien een wereldartiest onder contract te krijgen. Topartiesten zijn al bij gerenommeerde maatschappijen ondergebracht en hebben langlopende contracten die wereldwijd allerlei belangrijke zaken regelen. Om topartiesten over te nemen, zeg maar te kopen, is er veel geld nodig, héél veel geld. Daar zijn bedragen mee gemoeid vergelijkbaar met die van voetbaltransfers.
Hebben we eenmaal een prachtige artiest of groep in onze stal gehaald, dan kunnen we pas echt aan het werk. We gaan overleggen met de artiest(en) over de te volgen muzikale strategie. Muzikale stijlen, rages en voorkeuren van het publiek veranderen soms op de meest onverwachte momenten. Wat vandaag "hip", "cool" of "in" is, is morgen misschien al weer "passé". We moeten ons uiterste best doen om te zorgen dat de ster in de gratie van het publiek blijft, en we moeten steeds weer met iets nieuws komen, muzikaal gezien.
We duiken met onze nieuwe ster onze nieuwe studio in. Wereldsterren leggen vaak contractueel vast dat zij zelf en niemand anders, de uiteindelijke beslissing nemen over de uit te brengen opnamen. Omdat sterren nogal eens nukkig kunnen zijn en/of niet snel tevreden over hun eigen prestaties of die van de opnamestudio, kan het creatieve ontstaansproces van een CD een behoorlijk lange tijd in beslag nemen. Gemiddeld zo'n jaar.

In al die tijd moet de platenmaatschappij wel zorgen dat haar nieuwe ster in de belangstelling blijft staan, moet ze reclame blijven maken, moet ze de artiest voorschotten uitbetalen (hij of zij moet ook leven), moet ze de opnametechnici betalen, moet ze de begeleidende muzikanten betalen en moet ze de personeelsleden van de maatschappij blijven betalen.
Terwijl er nog geen cent is verdiend!

Grote artiesten willen graag nieuwe, originele liedjes opnemen. Die liedjes moeten gemaakt worden. Om de tekst van een liedje te maken, moet er een tekstdichter worden ingehuurd. Die tekstdichter moet worden betaald voor zijn werk, uiteraard. De tekstdichter behoudt de auteursrechten op zijn werk, uiteraard! Als andere artiesten zijn liedje willen gebruiken, zullen zij ook moeten betalen, uiteraard.

Met alleen de tekst van een liedje zijn we er niet, er moet muziek bij gecomponeerd worden. Daarvoor moeten we een componist inhuren. Wat voor de tekstdichter geldt, geldt ook voor de componist. Ook hij blijft de auteursrechten op zijn werk houden, en anderen mogen zonder zijn toestemming zijn creatie niet gebruiken.

En iedereen kan zich voorstellen dat een succesvolle combinatie van tekst en muziek goud waard is. Die twee dienen dus goed beschermd te worden.
Voor die bescherming zorgen drie wettelijke instanties: de Buma, de Stemra en de Sena. Misschien komen we daar later nog op terug, omdat er veel onduidelijheid is over al die instanties en wat ze doen.

Als de artiest een liedje in handen heeft dat hij/zij wel wil opnemen, dan moet de compositie wellicht worden aangepast aan de specifieke eigenschappen van de ster zelf en de begeleidende musici. Daarvoor komt er een arrangeur in beeld. Deze maakt een arrangement op het 'werk', en ook hij moet weer voor zijn diensten worden betaald. Soms is het arrangement zodanig afwijkend van het origineel, dat het (deels) een nieuw werk is geworden. De arrangeur wordt dan ook weer auteursrechthebbende!

Wat voor het eerste liedje geldt, geldt ook voor alle andere songs die op de CD moeten komen.
Als na maandenlang opnemen en heropnemen is vast komen staan welke liedjes de CD gaan halen, dan gaan er een aantal andere creatieve mensen aan de slag.

Even terug naar het begin. Stel, we zien wel kans om een platenmaatschappij op te zetten, maar bezitten niet het kapitaal om een eigen opnamestudio, een perserij en een drukkerij te bouwen. Daarvoor in de plaats kunnen we bestaande bedrijven inschakelen, hoewel onze faciliteiten dan beperkter zijn.

Het kopen van topartiesten zal dan ook een probleem zijn, zodat we een andere route moeten volgen: we gaan op zoek naar beginnend talent. In de hoop dat beginnend talent zal uitgroeien tot wereldster. Dat 99 van de 100 beginnende artiesten nooit de status van ster zullen bereiken, weet elke platenmaatschappij.

Gevestigde maatschappijen hebben ook steeds minder zin in zogenaamd aankomend talent, het levert te weinig op. Toch is elke artiest klein begonnen, en zullen er altijd kleine maatschappijtjes blijven bestaan en zullen veel kleine firma's klein blijven. Zodra een kleine artiest groot dreigt te gaan worden, kan een kleine platenmaatschappij de artiest niet meer goed hanteren, en komt er prompt een grote maatschappij die de artiest opkoopt.

Elvis Presley is zo in 1956 door SUN Records verkocht aan RCA voor een bedrag van $ 35.000,--. En dat inclusief alle gemaakte opnamen.

Als je dit verhaal leest, dan lijkt het net of artiesten handelswaar zijn. En dat zijn ze ook!
Het zal duidelijk zijn dat we met beginnende artiesten veel meer moeite zullen hebben om een succesvol CD-product te maken en te verkopen. De inzet van iedereen zal minder zijn, er zal veel minder tijd voor worden uitgetrokken, de opnamen zullen moeizamer verlopen, enzovoorts. Sommige artiesten haken dan ook al in dit stadium af.

Welke van de twee routes we ook kiezen (sommige maatschappijen volgen uiteraard beide), er komt een moment dat de opnamestudio een productierijpe band aflevert die gereed is om naar de CD-fabriek te gaan.
Een LP heeft twee labels (ronde stukjes papier in het midden) en de CD een opdruk aan één zijde. Beide moeten gedrukt en eerst ontworpen worden. Voor het ontwerp hebben we een ontwerper (Engels: designer) nodig, die we uiteraard weer moeten betalen voor z'n werk.

Om de CD in te verpakken, hebben we plastic doosjes of kartonnen hoesjes nodig. Kartonnen hoesjes moeten in een speciale drukkerij worden bedrukt. Plastic doosjes krijgen een bedrukt inlegvelletje voor de achterzijde en meestal een boekje dat tegelijk de voorkant van het doosje siert. De tekst voor het inlegvel en het boekje worden gemaakt door een tekstschrijver. Verder komen er meestal nog aan te pas: een fotograaf, illustrator en ontwerper (dtp'er) die de (computer)opmaak van het drukwerk doet. Het inlegvel en het boekje worden vervolgens door een drukkerij gedrukt. Alle genoemde vakmensen worden uiteraard ook weer betaald.

Zodra de verschijningsdatum van de CD in zicht komt, gaan de tekstschrijver, de fotograaf, de illustrator en de ontwerper weer aan het werk voor: reklamedrukwerk, affiches, releaselijsten, brochures, winkeldisplays, radio- en tv-spots enz. De wereld moet wel weten dat de artiest een nieuwe CD heeft uitgebracht.

Dat er in de verschillende fabrieken, opnamestudio, CD-perserij en drukkerij, ook nog diverse specialisten zoals bijv. opnametechnici, matrijsmakers, offsetplaatmakers en drukkers aan te pas komen, mag ook niet onvermeld blijven.

Dan is het zover dat de CD helemaal gereed is, en naar de platenwinkels kan. Van supersterren kunnen de eerste oplages oplopen tot 100.000 stuks of nog meer, terwijl de beginnende artiest niet hoeft te rekenen op meer dan 500 stuks, en soms nog minder.

In beide gevallen moeten de CD's eerst worden opgeslagen in een opslagruimte (kost ook geld), en als er bestellingen binnenkomen moet het distributienetwerk actief worden, en ervoor zorgen dat de CD lokaal of wereldwijd naar de juiste plek getransporteerd wordt door chauffeurs, machinisten en piloten.

Als de CD succesvol verkoopt, zal er een tweede persing komen. Als de CD niet of slecht verkoopt - wat veel vaker het geval is - zal er een overschot aan CD's zijn. Soms gaan die in de uitverkoop en soms worden ze vernietigd. In beide gevallen is er geen sprake meer van winst. Als er op 99 van de honderd uitgebrachte CD's geen winst wordt gemaakt, zal die winst moeten komen van die ene die wel heel succesvol is.

Daarom is het illegaal kopiëren van muziek-CD's één van de lafste vormen van criminaliteit.
Waarom laf, en waarom crimineel?
Laf, omdat het zo gemakkelijk is. Zeker in kleinere aantallen. In grote aantallen wordt het een stuk gecompliceerder, zoals we hebben gezien.
Crimineel, omdat het illegaal is. In een democratisch land als Nederland hebben we met z'n allen afgesproken dat illegaal kopiëren een niet toegestane activiteit is, die bestraft moet worden. De activiteit is crimineel omdat iedereen weet welke schadelijke gevolgen het kopiëren heeft.

Met illegaal kopiëren wordt hier niet bedoeld het maken van een (veiligheids)kopie voor eigen gebruik, dat is - als dat met normale middelen kan - toegestaan.
Illegaal wordt het wanneer er kopieën gemaakt worden met de bedoeling die aan derden te overhandigen. Of dat tegen betaling is, is niet van belang.

Er worden jaarlijks 8.000.000 muziek-CD's gekopieerd die niet bedoeld zijn voor eigen gebruik.
8.000.000 x f. 40,-- = f. 320.000.000,--! Op deze enorme schaal wordt de muziekindustrie in Nederland bestolen.

Soms zouden we moeten terugverlangen naar de tijd dat er nog geen bandrecorders waren of dat ze veel te duur waren voor de gewone man.
Toen bestond er nog geen enkele mogelijkheid om platen te kopiëren en bestond het probleem van het illegaal kopiëren dus ook niet.